Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:4893Zaaknummer 26/2288

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
10 juni 2026
Zaaknummer
26/2288
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

VV, niet ontvankelijk, griffierecht niet betaald.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van J. Boer-IJzelenberg, griffier, op 2 juni 2026 en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 26/2288 PW VV

uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 juni 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, het college.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de afwijzing van haar aanvraag om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet.

1.1.

Het college heeft de aanvraag van verzoekster met het besluit van 6 januari 2026 afgewezen. Met het bestreden besluit van 2 april 2026 op het bezwaar van verzoekster is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 28 mei 2026 op zitting behandeld. Verzoekster is niet verschenen. Namens het college is mr. N.C.J.P. Melsen verschenen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Iemand die een verzoek om een voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen.[_aedc71b2-806c-4e2d-8f9e-b6e756ba8d23] In een zaak als deze is het griffierecht € 54,-. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.

2.1.

Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat verzoekster het griffierecht niet heeft voldaan. Niet gebleken is dat verzoekster daar een verontschuldigbare reden voor heeft.

Conclusie en gevolgen

4. Het verzoek is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van J. Boer-IJzelenberg, griffier, op 2 juni 2026 en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.