Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:4883Zaaknummer 256457

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
10 juni 2026
Zaaknummer
256457
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

NO griffierecht

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid vanT. Kalsbeek, griffier, op 4 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser], uit [plaats], eiser
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Informatie over verzet

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 25/6157

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juni 2026 in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

(gemachtigde: mr. S. Penning),

en

de bewaarder van het kadaster en de openbare registers (de bewaarder), verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van de bewaarder van 20 november 2025 waarin eisers bezwaar tegen een factuur niet-ontvankelijk is verklaard.

1.1.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Toetsingskader

3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 194,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.

Heeft eiser het griffierecht tijdig betaald?

4. De griffier heeft eerst bij gewone brief en vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 2 januari 2026 eiser in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van zowel de eerste brief als de tweede (aangetekende) brief. De enveloppe waarin deze aangetekende brief is verzonden, is ongeopend terugontvangen met de vermelding “niet afgehaald; retour afzender”. Deze brief is verstuurd naar het door eiser opgegeven adres en uit het dossier is niet gebleken dat er een adreswijziging is doorgegeven. Op 13 maart 2026 heeft de griffier de brief nogmaals aan eiser toegezonden per gewone postzending. Daarbij is vermeld dat de in de brief van 2 januari 2026 benoemde termijn twee weken na verzending van de brief van 13 maart 2026 eindigt.

5. Eiser heeft het griffierecht niet op tijd betaald.

Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?

6. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid vanT. Kalsbeek, griffier, op 4 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.