Uitspraak · Belastingrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 mei 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:4575Zaaknummer BRE 25/2769

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
3 juni 2026
Zaaknummer
BRE 25/2769
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

WOZ woning, gegrond.

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de woning tot een bedrag van € 534.000 en vermindert de aanslag dienovereenkomstig;

- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 53,- aan belanghebbende moet vergoeden;

- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 110,- aan proceskosten aan belanghebbende.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. L.C.J.A. Miseré, griffier.

griffierrechter

De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
  2. Inleiding
  3. Feiten
  4. Beoordeling door de rechtbank
  5. Conclusie en gevolgen
  6. Beslissing
  7. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 25/2769 GGH

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 22 mei 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

en

De heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking West-Brabant, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 20 mei 2025.

1.1.

De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres] (de woning) op 1 januari 2024 (de waardepeildatum) vastgesteld op

€ 734.000 (de beschikking). Met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Breda voor het jaar 2025 opgelegd (de aanslag).

1.2.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

1.3.

De rechtbank heeft het beroep op 13 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende, bijgestaan door [persoon 1] en, namens de heffingsambtenaar, [persoon 2], [persoon 3] en mr. S. Hunte.

Feiten

2. Belanghebbende is eigenaar van de woning. Het betreft een vrijstaande woning (bouwjaar 1900) met een gebruiksoppervlakte van 114m². De woning beschikt over twee aangebouwde bergingen/schuren, een hobbyruimte, garage, loods, serre en twee dakkapellen. Het perceel heeft een oppervlakte van 980m².

Beoordeling door de rechtbank

3. Partijen zijn het erover eens dat de waarde van de woning moet worden vastgesteld op € 534.000. Daarnaast zijn partijen het erover eens dat de heffingsambtenaar de reiskosten van € 4, de verletkosten voor het bijwonen van de zitting van € 106 en het griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden. De rechtbank ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken en zal partijen hierin volgen.

3.1.

De rechtbank beoordeelt of belanghebbende recht heeft op een vergoeding van de verletkosten voor de tijd die zij heeft moeten besteden aan de voorbereiding van de zaak en het opstellen van processtukken.

3.2.

Naar het oordeel van de rechtbank komt belanghebbende niet in aanmerking voor een vergoeding van de genoemde verletkosten. De rechtbank overweegt dat recht bestaat op een proceskostenvergoeding voor de proceskosten die worden genoemd in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Dit besluit voorziet niet in een proceskostenvergoeding voor de eigen tijd die een belanghebbende heeft besteed aan het opstellen van processtukken en het bestuderen van een zaak.[_382d1541-4bd5-4fa4-8b7e-eb9e87ed49fd] De rechtbank ziet dus geen aanleiding om de gevraagde proceskostenvergoeding toe te kennen.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde tot € 534.000. De aanslag wordt dienovereenkomstig verminderd.

4.1.

Omdat het beroep gegrond is, moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. Belanghebbende krijgt een vergoeding van haar proceskosten tot een bedrag van € 110,-.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de woning tot een bedrag van € 534.000 en vermindert de aanslag dienovereenkomstig;

- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 53,- aan belanghebbende moet vergoeden;

- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 110,- aan proceskosten aan belanghebbende.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. L.C.J.A. Miseré, griffier.

griffierrechter

De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.