Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 april 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:4540Zaaknummer C/02/446679 / FA RK 26-1679

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
C/02/446679 / FA RK 26-1679
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Na aanhouding van de zitting ivm bezien of medicatie aanslaat, is het verzoek voor een rechterlijke machtiging toegewezen.

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats];

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 oktober 2026;

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier, en op schrift gesteld op 1 mei 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De standpunten
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/446679 / FA RK 26-1679

Datum uitspraak: 24 april 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats],

advocaat mr. J. Nederlof uit Tilburg.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 1 april 2026;
  • het proces-verbaal van de zitting van 10 april 2026.
1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 april 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • echtgenote van betrokkene;
  • dochter van betrokkene;
  • mevrouw [persoon], casemanager dementie.

2 Het verzoek

2.1.

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3 De standpunten

3.1.

Betrokkene vindt het niet nodig om opgenomen te worden. Op een bepaald moment zou betrokkene zoiets wel willen, maar op dit moment nog niet. Betrokkene zegt dat hij erg slecht slaapt. Ook vannacht heeft betrokkene erg slecht geslapen. Betrokkene is erg blij met zijn echtgenote en wil bij haar blijven; zij is heel goed voor hem.

3.2.

De echtgenote zegt dat het slapen ’s nachts inderdaad niet altijd even goed gaat. Overdag gaat het volgens de echtgenote wel beter, maar ze is de hele dag voor betrokkene aan het zorgen en kan de deur niet uit. De echtgenote vindt dat pittig en weet niet hoe lang ze dit nog volhoudt.

3.3.

De dochter zegt dat betrokkene steeds vaker beseft dat hij bepaalde dingen niet meer weet. Dat is moeilijk voor hem. De dochter helpt veel in huis en is daarbij alert op hoe het met betrokkene en de echtgenote gaat.

3.4.

De casemanager zegt dat de situatie ten opzichte van de zitting twee weken geleden niet veranderd is. Er is bij [woonzorgcentrum] in [plaats] nog geen plek voor betrokkene. Daarnaast heeft de medicatie een wisselend effect. Er is nog steeds weleens sprake van agressie. De medicatie heeft niet bijgedragen aan het ontwikkelen van een stabiel beeld. Volgens de casemanager is dit het maximale wat aan medicatie kon worden ingezet. De casemanager maakt zich grote zorgen om de situatie en hoe lang het nog te dragen is voor iedereen.

3.5.

De advocaat zegt dat er wat meer rust is nu het bed van betrokkene sinds twee weken beneden staat. Echter is dit een wankel evenwicht. De advocaat pleit primair voor het afwijzen van het verzoek omdat betrokkene niet opgenomen wil worden. Subsidiair zegt de advocaat dat aan de wettelijke criteria is voldaan. Er zijn geen alternatieven meer. Hij denkt dat de echtgenote van betrokkene er aan onderdoor gaat als de situatie zo verder voortduurt.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

4.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk een dementieel syndroom.

4.3.

Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

4.4.

De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene niet meer in staat is om zelfstandig te functioneren. Hij is met name in de nachten erg onrustig. Betrokkene is dan zowel verbaal als fysiek agressief richting zijn echtgenote; hij scheldt en slaat haar. Daarnaast is betrokkene valgevaarlijk en is hij de afgelopen weken meermaals gevallen. Ook is betrokkene in toenemende mate incontinent van urine en ontlasting en is hij niet meer in staat het toiletgebruik op een hygiënische manier uit te voeren. De echtgenote staat onder grote druk en raakt overbelast door de zorgzwaarte, slapeloosheid, agressie en voortdurende spanningen. Daarnaast heeft betrokkene een sterke behoefte aan de nabijheid van zijn echtgenote, wat de belasting verder vergroot. Als zij aangeeft dat de situatie thuis niet langer houdbaar is reageert betrokkene ontkennend en dreigend richting haar.

4.5.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene geeft herhaaldelijk aan dat hij niet van plan is om te verhuizen en dat alles volgens hem goed verloopt. Hij vindt een opname in een verpleeghuis dan ook niet nodig.

4.6.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

4.7.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wzd.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats];

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 oktober 2026;

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier, en op schrift gesteld op 1 mei 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.