Uitspraak · Omgevingsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26 mei 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:4478Zaaknummer 25/2208

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
25/2208
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Omgevingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

hersteluitspraak

De rechtbank:

- herstelt de tussen partijen onder bovengenoemd zaaknummer gedane uitspraak van 17 april 2026 aldus, dat de derde zin in het dictum van die uitspraak als volgt komt te luiden:

‘-herroept het primaire besluit van 10 mei 2023 in die zin dat alleen ‘Hoofdstuk 2: Overwegingen en maatwerkvoorschriften aspect externe veiligheid’ komt te vervallen;’

- laat voornoemde uitspraak voor het overige ongewijzigd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, voorzitter, en mr. T. Peters en mr. T.I. van Term, leden, in aanwezigheid van mr. drs. R.J. Wesel, griffier op 26 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Voorts brengt deze uitspraak geen wijziging in de termijn voor hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Aggreko Nederland B.V., uit Klundert, eiseres
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Rechtsmiddel

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 25/2208

hersteluitspraak van 26 mei 2026 ter verbetering van de uitspraak van de rechtbank van 17 april 2026 in de zaak tussen

Aggreko Nederland B.V., uit Klundert, eiseres

(gemachtigde: mr. H.A. Pasveer),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk.

Overwegingen

1. Op 17 april 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in bovengenoemde zaak.

1.2.

Gebleken is dat in deze uitspraak een evidente onjuistheid is vermeld. De rechtbank heeft het primaire besluit van 10 mei 2023 herroepen. Daarmee zijn ook maatwerkvoorschriften met betrekking tot de bodem en geluid vervallen, terwijl alleen de maatwerkvoorschriften met betrekking tot externe veiligheid in geschil waren. De rechtbank is van oordeel dat dit laatste duidelijk volgt uit de voornoemde uitspraak.

Het is niet de bedoeling geweest de maatwerkvoorschriften in hoofdstuk 1 (bodem) en hoofdstuk 3 (geluid) te laten vervallen. De derde zin in het dictum moet daarom als volgt luiden: ‘-herroept het primaire besluit van 10 mei 2023 in die zin dat alleen ‘Hoofdstuk 2: Overwegingen en maatwerkvoorschriften aspect externe veiligheid’ komt te vervallen;’.

1.3.

De rechtbank is van oordeel dat hier sprake is van een kennelijke fout die zich leent voor eenvoudig herstel.

Beslissing

De rechtbank:

- herstelt de tussen partijen onder bovengenoemd zaaknummer gedane uitspraak van 17 april 2026 aldus, dat de derde zin in het dictum van die uitspraak als volgt komt te luiden:

‘-herroept het primaire besluit van 10 mei 2023 in die zin dat alleen ‘Hoofdstuk 2: Overwegingen en maatwerkvoorschriften aspect externe veiligheid’ komt te vervallen;’

- laat voornoemde uitspraak voor het overige ongewijzigd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, voorzitter, en mr. T. Peters en mr. T.I. van Term, leden, in aanwezigheid van mr. drs. R.J. Wesel, griffier op 26 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Voorts brengt deze uitspraak geen wijziging in de termijn voor hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.