Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 april 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:3892Zaaknummer C/02/446805 / FA RK 26-1739

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
C/02/446805 / FA RK 26-1739
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voortzetting crisismaatregel wvggz

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 17 april 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/446805 / FA RK 26-1739

Datum uitspraak: 8 april 2026

Beschikking voortzetting crisismaatregel

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonende in [plaats],

verblijvende te [accommodatie],

advocaat mr. F.E.R.M. Verhagen uit Breda.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 7 april 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 april 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [persoon], verpleegkundig specialist in opleiding.

Tevens was aanwezig:

- mevrouw [betrokkene], zus van betrokkene.

1.3.

De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2 Wat vaststaat

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie]. De burgemeester van Breda heeft de crisismaatregel op 5 april 2026 afgegeven.

3 Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken voor de navolgende zorgvormen:

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene merkt op dat het redelijk goed met hem gaat. Met de tot dusver geboden zorg is hij meer tot rust gekomen. Ook heeft hij de tijd kunnen nemen om serieus over zijn toekomst na te denken. Hij is voornemens om sportiever en gezonder te gaan leven en voortaan beter op zichzelf te gaan letten.

4.2.

De verpleegkundig specialist in opleiding brengt naar voren dat betrokkene crisis is opgenomen in een situatie, waarin hij in psychotische toestand verkeerde en er sprake was van religieuze wanen en forse agressie. Betrokkene was recent teruggekeerd van een vakantie in Marokko. Daar bleek ook al sprake van psychotische decompensatie en conflicten met zijn omgeving. Met de tot dusver geboden zorg is betrokkene zodanig gestabiliseerd, dat er in haar visie geen sprake meer is van ernstig nadeel. Betrokkene heeft nog wel (na)zorg nodig, maar die kan vrijwillig en (deels) ambulant worden geboden. Voortgezette verplichte zorg is daarom niet meer nodig.

4.3.

De advocaat van betrokkene voert aan dat zij vaststelt dat haar cliënt inmiddels zodanig is hersteld dat de nog noodzakelijk geachte (na)zorg vrijwillig en (deels) ambulant geboden kan worden en voortgezette verplichte zorg daarom niet noodzakelijk is. Betrokkene krijgt ook veel positieve ondersteuning vanuit zijn familiekring. Namens betrokkene stelt zij zich daarom op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen.

5 De beoordeling

5.1

Op grond van de tijdens de mondelinge behandeling door de behandelaar van betrokkene gegeven toelichting is naar het oordeel van de rechtbank komen vast te staan dat er geen sprake (meer) is van een psychotisch toestandsbeeld van betrokkene.

5.2

Bovendien is naar het oordeel van de rechtbank bij de mondelinge behandeling ook niet gesteld of anderszins gebleken dat zich nog steeds de situatie voordoet dat het gedrag van betrokkene als gevolg van één of meerdere vermoedelijk psychische stoornis(sen) leidt tot het bestaan van of het aanzienlijk risico op onmiddellijk dreigend ernstig nadeel als bedoeld in de Wvggz.

5.3

Uit het voorgaande volgt dat aan de wettelijke vereisten voor een voortzetting van de crisismaatregel niet wordt voldaan. Daarom zal het verzoek worden afgewezen.

6 De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 17 april 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.