Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 7 april 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:3827Zaaknummer C/02/446762 / FA RK 26-1712

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
C/02/446762 / FA RK 26-1712
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Crisismaatregel niet voortgezet, manisch beeld verminderd en geen ernstig nadeel meer.

De rechtbank:

6.1.

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier en op schrift gesteld op 21 april 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/446762 / FA RK 26-1712

Datum uitspraak: 7 april 2026

Beschikking voortzetting crisismaatregel

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats], Oekraïne,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats 1], gemeente Vlissingen,

verblijvende in [accommodatie] te [plaats 2],

advocaat mr. P.M.J.T. Schumans uit Middelburg.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 3 april 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 april 2026. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Schumans;

  • de heer [persoon 1], psychiater, behandelaar;
  • [persoon 2], verpleegkundige.

2 Wat vaststaat

2.1.

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] te [plaats 2]. De burgemeester van de gemeente Goes heeft op 2 april 2026 een crisismaatregel afgegeven.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat zij haar kinderen en haar vrijheid nodig heeft en dat het gemis van haar dochters haar zwaar valt. Zij maakt zich grote zorgen om hen en wil zo snel mogelijk weer voor hen kunnen zorgen. Zij zoekt hulp als dat nodig is, onder andere via de huisarts en haar psycholoog. Betrokkene vindt zelf verplichte zorg niet nodig omdat zij bereid is mee te werken aan alle benodigde hulp. Zij benadrukt dat zij sterk is, hoop heeft voor de toekomst en gemotiveerd is om haar leven en de zorg voor haar kinderen zelfstandig op te pakken.

4.2.

De behandelaar zegt tijdens de zitting dat er bij betrokkene weliswaar sprake is van een manisch toestandsbeeld maar dat dit niet meer ernstig is en niet gepaard gaat met psychotische kenmerken en een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Ook is er volgens de behandelaar geen sprake meer van suïcidaliteit. Hoewel de behandelaar behandeling en eventueel medicatie adviseert, vindt hij verplichte zorg op dit moment niet proportioneel. Volgens de behandelaar is het verantwoord dat betrokkene met ontslag gaat als zij in een vrijwillig kader verdere hulp aanvaardt.

4.3.

De advocaat verzoekt namens betrokkene het verzoek af te wijzen. De advocaat sluit zich aan bij de bevindingen van de behandelaar en benadrukt dat op dit moment het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel ontbreekt. Gelet hierop is er volgens de advocaat geen grond voor het voortzetten van de crisismaatregel.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

De rechtbank stelt vast dat er eerder bij betrokkene sprake is geweest van een instabiele en zorgelijke periode. De afgelopen maand verbleef zij met haar jongste dochter in een moeder-kindhuis vanwege relationele spanningen. De situatie is geëscaleerd toen haar jongste dochter in het kader van een machtiging uithuisplaatsing werd weggehaald. Betrokkene heeft zich daarbij suïcidaal geuit. Verder is het de rechtbank gebleken dat er vanuit betrokken instanties al langer zorgen bestonden over het psychisch functioneren van betrokkene en haar opvoedvaardigheden. Dit onder meer vanwege wisselende emoties, agressieve uitingen, verminderde structuur in de verzorging en signalen van onvoldoende basiszorg voor haar dochter.

5.5.

Naar het oordeel van de rechtbank is gelet op hetgeen is besproken tijdens de zitting onvoldoende gebleken dat op dit moment bij betrokkene sprake is van een psychische stoornis en daaruit voortvloeiend onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Er is nu geen sprake van suïcidaliteit. Hoewel de rechtbank het standpunt van de behandelaar onderschrijft – dat er nog sprake is van een fragiele situatie – kan niet meer worden gesproken van een acute crisissituatie. De rechtbank neemt hierbij ook in overweging dat betrokkene bereid is om verdere psychische hulp vanuit de thuissituatie te accepteren.

5.3.

Omdat op dit moment geen sprake is van een vermoeden van een psychische stoornis en onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is niet voldaan aan de wettelijke criteria voor het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. Op grond hiervan zal de rechtbank het verzoek afwijzen.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier en op schrift gesteld op 21 april 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.