Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 maart 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:3207Zaaknummer C/02/445375 / JE RK 26-315
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 20 maart 2026
- Publicatiedatum
- 4 mei 2026
- Zaaknummer
- C/02/445375 / JE RK 26-315
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Machtiging gesloten jeugdhulp
7 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp met ingang van 22 maart 2026 tot 22 juni 2026.
| Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Busselaar, griffier, en op schrift gesteld op 26 maart 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445375 / JE RK 26-315
Datum uitspraak: 20 maart 2026
beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Tilburg,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI),
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2012 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige],
advocaat: mr. E.M.A. Leijser te Tilburg.
Als belanghebbende is aangemerkt:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoek met bijlagen van de GI, ingekomen bij de griffie op 23 februari 2026.
De zaak stond oorspronkelijk gepland voor behandeling ter zitting met gesloten deuren op 18 maart 2026. Tijdens deze zitting is gebleken dat de advocaat van [minderjarige] niet aanwezig was. Om die reden is de zaak aangehouden en voortgezet op 20 maart 2026. Omdat de moeder op deze datum verhinderd was, is zij al op 18 maart 2026 ter zitting gehoord. Op 20 maart 2026 is de vertegenwoordigster van de GI gehoord via een Teams-verbinding. [minderjarige] en haar advocaat zouden eveneens via een Teams-verbinding vanuit [accommodatie] aansluiten. Aangezien die verbinding niet tot stand kon worden gebracht, zijn zij telefonisch aangesloten.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover (apart en in het bijzijn van haar advocaat) een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De GI heeft daarop kunnen reageren.
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
Bij beschikking van 7 oktober 2024 heeft de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI. Laatstelijk, bij beschikking van 17 september 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 7 oktober 2026.
Bij beschikking van 22 december 2025 heeft de kinderrechter een machtiging verleend om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 22 december 2025 tot 22 maart 2026.
[minderjarige] verblijft op grond van voormelde machtiging bij [accommodatie] in [plaats 1].
3 Het verzoek
De GI verzoekt tot het verlenen van een machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden.
4 Het standpunt van de GI
Namens de GI is in aanvulling op het verzoek, samengevat, het volgende aangevoerd. De GI geeft aan dat [minderjarige] de afgelopen periode erg haar best heeft gedaan. Dankzij haar inzet wordt er nu gezocht naar een passende vervolgplek buiten geslotenheid. Op dit moment zijn er twee vervolgplekken in beeld: één plek in [plaats 2] en één plek bij Sterk Huis. De GI is afhankelijk van deze instellingen of [minderjarige] daar daadwerkelijk terecht kan. Een (tussen)plaatsing op een ongeschikte plek brengt het risico met zich dat [minderjarige] onvoldoende kan profiteren van de behandeling die al is ingezet en dat de stabiliteit die ze bereikt verloren gaat. Daarom is het belangrijk dat zij voorlopig in een veilige en passende omgeving blijft totdat een vervolgplek beschikbaar is. Zo wordt de continuïteit van zorg en behandeling gewaarborgd. De GI geeft aan dat het daarom nodig is dat de machtiging voor gesloten jeugdzorg wordt toegewezen als overbrugging naar de vervolgplek. Indien er binnen die drie maanden een van de plekken beschikbaar komt, zal de GI overgaan tot plaatsing daar. De GI heeft er vertrouwen in dat dit zo snel mogelijk zal gebeuren.
5 Het standpunt van belanghebbenden
[minderjarige] heeft, samengevat, het volgende aangegeven. Op dit moment gaat het erg goed met [minderjarige]. Er is ook al wat meer zicht op mogelijke vervolgplekken. Haar voorkeur gaat uit naar de plek in [plaats 2], omdat zij denkt dat die beter bij haar past. Deze plek zou vanaf 20 april 2026 beschikbaar zijn, maar er moet nog wel een intake plaatsvinden. Daarnaast heeft [minderjarige] aankomende maandag een gesprek bij Sterk Huis. Hoewel dit niet haar voorkeur heeft, wil zij de plek toch een kans geven. [minderjarige] begrijpt dat zij ter overbrugging nog in [plaats 1] moet blijven en dat zij hier op dit moment geen andere keuze in heeft. Zij is gemotiveerd om zich de komende periode in te blijven [plaats 1] omdat zij ervan uitgaat dat er binnen drie maanden een passende vervolgplek beschikbaar zal zijn.
De advocaat van [minderjarige] heeft, samengevat, het volgende naar voren gebracht. [minderjarige] verblijft al langere tijd in geslotenheid. Het uitgangspunt is dat de periode van geslotenheid zo kort mogelijk zou moeten zijn. Tegelijkertijd moet er realistisch worden gekeken naar de situatie. Er moet namelijk eerst een passende vervolgplek beschikbaar zijn voordat [minderjarige] kan worden doorgeplaatst. Een terugplaatsing bij de moeder is op dit moment geen optie. De advocaat benadrukt dat [minderjarige] de afgelopen periode een duidelijke positieve omslag heeft gemaakt in denken en handelen. Zij krijgt veel vrijheden, het gaat goed met haar, de communicatie verloopt prettig en er zijn duidelijke afspraken die goed worden nagekomen. Iedereen gunt haar een goede plek waar ze verder kan groeien. [minderjarige] geeft aan het liefst in [plaats 2] geplaatst te willen worden. De advocaat merkt op dat als er eerder een passende plek voor [minderjarige] beschikbaar komt, [minderjarige] ook eerder overgeplaatst moet worden.
Door de moeder is aangegeven dat zij het eens is met het verzoek van de GI. Wel vindt de moeder het belangrijk dat [minderjarige] zo snel mogelijk naar een passende plek kan doorstromen.
6 De (nadere) beoordeling
Wat zegt de wet?
De kinderrechter dient de vraag te beantwoorden of een machtiging gesloten jeugdhulp gerechtvaardigd is. Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet, kan een machtiging om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven alleen worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter:
a. jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren;
b. de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken; en
c. er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.
Inhoudelijke beoordeling
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er bij [minderjarige] sprake is van ernstige opgroei- of opvoedproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Tot voor kort liet [minderjarige] zeer zorgelijk gedrag zien waaronder zelfbepalend gedrag, weglopen, liegen en automutilatie. In de afgelopen maanden heeft [minderjarige] echter laten zien dat zij hard heeft gewerkt en positieve stappen heeft gezet op het gebied van emotieregulatie, zelfinzicht en gedragsmatige stabiliteit. Zij volgt behandeling, functioneert goed binnen de geboden structuur en spreekt gemotiveerd over een vervolgplek. De positieve ontwikkelingen benadrukken het belang van continuïteit en een zorgvuldige doorstroom. [minderjarige] heeft inmiddels verschillende vrijheden opgebouwd en laten zien dat zij hiermee kan omgaan. Zij profiteert van de stabiliteit, structuur en begeleiding van [accommodatie] in [plaats 1]. De kinderrechter vindt dit erg knap van [minderjarige]. De komende periode zal duidelijk worden of [minderjarige] kan doorstromen naar een plek in [plaats 2] of bij Sterk Huis. Het is niet in het belang van [minderjarige] om haar ter overbrugging van een vervolgplek tijdelijk ergens anders te plaatsen. Dit zou een te groot risico met zich meebrengen dat [minderjarige] achteruit gaat in haar ontwikkeling, gevoelens van onveiligheid ervaart en daardoor ontregeld raakt. Bij [accommodatie] in [plaats 1] kan [minderjarige] haar behandeltraject voortzetten in een stabiele en veilige omgeving die zij kent. Bovendien krijgt [minderjarige] daar al veel vrijheden. De kinderrechter vindt het daarom noodzakelijk dat [minderjarige] nog op een gesloten groep verblijft, zodat haar veiligheid is gewaarborgd en de ingezette ontwikkeling kan worden bestendigd totdat er een passende vervolgplek beschikbaar is.
De kinderrechter zal het verzoek dan ook toewijzen voor de verzochte duur. De kinderrechter benadrukt daarbij dat [minderjarige] niet langer dan strikt noodzakelijk in een gesloten setting dient te verblijven.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
7 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp met ingang van 22 maart 2026 tot 22 juni 2026.
| Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Busselaar, griffier, en op schrift gesteld op 26 maart 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.