Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 maart 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:3164Zaaknummer C/02/446081 FA RK 26-1351 / C/02/446100 KG ZA 26-131

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
C/02/446081 FA RK 26-1351 / C/02/446100 KG ZA 26-131
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beroep en verzoek voorlopige voorziening Wet tijdelijk huisverbod ter zitting ingetrokken.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter:

3.1

verklaart het beroep ongegrond;

3.2

wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Van de Kraats, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 maart 2026 in tegenwoordigheid van mr. Bishop-van Kollenburg, griffier.

Afschrift verzonden op:

[_8befbd32-a5f4-455b-a987-466343e9fc49]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Breda

Enkelvoudige kamer

Zaaknummer: C/02/446081 FA RK 26-1351 (beroep)

C/02/446100 KG ZA 26-131 (voorlopige voorziening)

datum uitspraak: 19 maart 2026

uitspraak van de voorzieningenrechter

in de zaak van

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verzoekster,

gemachtigde mr. R.A.H. van Huijgevoort te Tilburg,

en

de burgemeester van de gemeente Dongen,

zetelende te Dongen,

verweerder,

gemachtigde mr. M. Roels.

De voorzieningenrechter merkt als belanghebbende aan:

[belanghebbende],

wonende te [woonplaats].

1 Het procesverloop

1.1

Bij besluit van 3 maart 2026 heeft verweerder aan verzoekster een huisverbod opgelegd voor de duur van tien dagen op grond van de Wet tijdelijk huisverbod (hierna: Wth). Bij besluit van 12 maart 2026 heeft verweerder het huisverbod verlengd voor de duur van achttien dagen, tot 30 maart 2026 16:00 uur.

1.2

Verzoekster heeft op 16 maart 2026 beroep ingesteld tegen het besluit van

12 maart 2026 (hierna: het bestreden besluit). Zij verzoekt:

- het beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren;

- de bestreden beschikking te vernietigen;

- verweerder te veroordelen in de proceskosten conform het Besluit proceskosten bestuursrecht;

- het beroep tegen de gedragsaanwijzing gegrond te verklaren en te bepalen dat de gedragsaanwijzing onmiddellijk wordt opgeheven.

1.3

Verder heeft verzoekster op 17 maart 2026 verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat de werking van het besluit van verweerder wordt geschorst, met veroordeling van verweerder in de proceskosten conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

1.4

Tot de processtukken behoren:

  • het op 16 maart 2026 ontvangen beroepschrift;
  • het op 17 maart 2026 ontvangen verzoek tot voorlopige voorzieningen;
  • het e-mailbericht van mr. Van Huijgevoort van 17 maart 2026, met als bijlage het besluit van 12 maart 2026;
  • het op 18 maart 2026 ontvangen verweerschrift met bijlagen, waaronder een overzicht van politieregistraties, het proces-verbaal van bevindingen van 3 maart 2026, het besluit van 12 maart 2026, het risicotaxatie-instrument en het advies van Veilig Thuis van

11 maart 2026.

1.5

De mondelinge behandeling vond plaats op 19 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:

- verzoekster, middels een telefoonverbinding, bijgestaan door mr. Van Huijgevoort;

- verweerder, vertegenwoordigd door mr. M. Roels;

- de heer [belanghebbende], middels een videoverbinding.

Verder waren met toestemming van de voorzieningenrechter aanwezig:

- mevrouw [persoon 1], procesregisseur zorg en veiligheid bij de gemeente Dongen;

- de heer [persoon 2], namens de politie.

Namens Veilig Thuis is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niemand verschenen.

2 De beoordeling

2.1

Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2.2

Indien nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, kan op grond van artikel 8:86 van de Awb tevens onmiddellijk uitspraak worden gedaan in de hoofdzaak. De voorzieningenrechter ziet redenen om in dit geval van die bevoegdheid gebruik te maken.

2.3

Ter zitting heeft verzoekster zowel het beroep als het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken. Nu het beroep en het verzoek zijn ingetrokken, zullen de gronden die aan dat beroep en verzoek ten grondslag zijn gelegd niet meer worden onderzocht. Om die reden zal het beroep ongegrond worden verklaard en zal het verzoek om een voorlopige voorziening worden afgewezen.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter:

3.1

verklaart het beroep ongegrond;

3.2

wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Van de Kraats, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 maart 2026 in tegenwoordigheid van mr. Bishop-van Kollenburg, griffier.

Afschrift verzonden op:

[_8befbd32-a5f4-455b-a987-466343e9fc49]

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.