Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 maart 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:3163Zaaknummer C/02/445073 / JE RK 26-260
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 19 maart 2026
- Publicatiedatum
- 4 mei 2026
- Zaaknummer
- C/02/445073 / JE RK 26-260
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Kind geeft aan op een groep geplaatst te willen worden. De moeder stemt in.
7 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 19 maart 2026 tot 8 november 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026 door mr. Toekoen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Ham als griffier, en op schrift gesteld op 7 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445073 / JE RK 26-260
Datum uitspraak: 19 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. N.A. Boelhouwer, te Tilburg.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 februari 2026;
- het stelbericht van mr. N.A. Boelhouwer van 5 maart 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 maart 2026. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:
- De advocaat van de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI.
Van mr. Boelhouwer heeft de kinderrechter vernomen dat de moeder niet in persoon naar de rechtbank kon komen.
Hoewel de vader correct is opgeroepen, is hij niet bij de zitting verschenen.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. Zij heeft hiervan geen gebruik gemaakt.
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
Bij beschikking van 8 november 2022 heeft de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI. Sindsdien is die maatregel steeds verlengd. Laatstelijk, bij beschikking van 16 oktober 2025, is die maatregel verlengd met ingang van 8 november 2025 tot 8 november 2026.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 16 januari 2026 een machtiging tot uithuisplaatsing verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de ouder zonder gezag, zijnde de vader met ingang van 16 januari 2026 tot 8 november 2026. Op grond van voornoemde machtiging verbleef [minderjarige] bij haar vader tot 12 februari 2026. Sindsdien verblijft zij op een [crisisgroep].
3 Het verzoek
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 Het standpunt van de GI
Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat aan dat het goed gaat met [minderjarige] op de crisisplek. Er komt een à twee keer in de week een ambulante begeleider naar de crisisgroep die met haar praat. Er is nu geen contact tussen de vader en [minderjarige]. De GI heeft mogelijk een plek gevonden voor [minderjarige], vanuit waar zij kan werken aan zelfstandigheid. Als deze plek doorgaat zal ‘[hulpverlening]’ starten met hulpverlening. [minderjarige] wilde zelf graag naar de crisisgroep wilde gaan. Het is de GI niet duidelijk geworden waarom [minderjarige] dat heeft gewild.
5 Het standpunt van belanghebbende
Namens de moeder is, samengevat, naar voren gebracht dat zij zich kan vinden in het verzoek. Er is goed contact met de jeugdbeschermer. [minderjarige] laat heel gewenst gedrag zien op het moment dat zij iets wil en realiseert zich vaak niet wat de consequenties zijn van de beslissingen die zij neemt. Zij kan slecht het goede van het kwade onderscheiden, maar dat ziet ze zelf niet in. De moeder denkt dat [accommodatie] een goede plek is voor [minderjarige] en hoopt dat zij daar niet wegloopt.
6 De beoordeling
Wettelijk kader
Ingevolge artikel 1:265b lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter de gecertificeerde instelling, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid.
Inhoudelijke beoordeling
Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, overweegt de kinderrechter als volgt. Er wordt aan de voorwaarden voor het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing voldaan. Er bestaan zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige]. Er is nog steeds een gebrek aan rust en stabiliteit in haar opvoedsituatie. Bovendien is de hulpverlening van ‘[hulpverlening]’ nog niet gestart. [minderjarige] vertoont complex gedrag en loopt vaak weg. Na een lange periode van gesloten plaatsingen is zij terug bij haar moeder geplaatst. Dit is helaas niet goed verlopen, waarna zij in januari 2026 bij haar vader, zonder gezag, is geplaatst. Ook dit is niet goed gegaan. Er is sindsdien geen contact meer tussen de vader en [minderjarige]. De kinderrechter ziet dat de ouders het beste willen voor [minderjarige]. Zij heeft de wens op een groep te worden geplaatst. Hoewel het onduidelijk is gebleven waarom dit haar wens is, is het nu een gegeven dat een plaatsing bij een van de ouders of in hun netwerk op dit moment niet mogelijk is. De moeder kan zich vinden in de plaatsing en dus in de verlening van de verzochte machtiging. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat de GI spoedig een passende plek voor [minderjarige] kan vinden waaruit gewerkt kan worden aan het werken aan haar zelfstandigheid en het herstel van contact met haar vader. Aldus is een machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk in het belang van haar verzorging en opvoeding. Het verzoek zal in het belang van [minderjarige] dan ook worden toegewezen.
Uitvoerbaar bij voorraad
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is
verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
7 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 19 maart 2026 tot 8 november 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026 door mr. Toekoen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Ham als griffier, en op schrift gesteld op 7 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.