Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 maart 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:3157Zaaknummer C/02/445512 / FA RK 26-1060
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 18 maart 2026
- Publicatiedatum
- 23 april 2026
- Zaaknummer
- C/02/445512 / FA RK 26-1060
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden. Betrokkene wil niet bij de mondelinge behandeling aanwezig zijn.
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 maart 2027.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026 door mr. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 23 maart 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445512 / FA RK 26-1060
Datum uitspraak: 18 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat: mr. M.M.M. Heesmans uit Roosendaal.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 26 februari 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de heer [persoon 1], vader en mentor van betrokkene;
- mevrouw [persoon 2], psychiater en zorgverantwoordelijke.
De officier van justitie is zoals zij reeds aangaf in het verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.
Bij aanvang van de mondelinge behandeling gaven zowel de vader en tevens mentor van betrokkene als de advocaat aan dat betrokkene niet bij de mondelinge behandeling aanwezig wil zijn en dat hij niet door de rechtbank wil worden gehoord. Nu de rechtbank, gelet op de wet, zelf moet vaststellen dat betrokkene niet bereid is gehoord te worden, heeft de rechtbank dit - in zijn kamer - aan hem gevraagd. Betrokkene heeft de rechtbank te kennen gegeven niet aan de mondelinge behandeling te willen deelnemen.
2 Wat vaststaat
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 9 mei 2026.
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4 De standpunten
De psychiater zegt dat betrokkene last heeft van belevingen en stemmen hoort. Het gaat wat beter met hem sinds het gebruik van clozapine. De psychiater zegt dat betrokkene nu ook meer vrijheden krijgt. Dit gebeurt sinds een maand en gaat goed. Ze willen de vrijheden uitbreiden. In het verleden heeft de psychiater gezien dat het uitbreiden van vrijheden ook gepaard kan gaan met meer weigering en verzet. Hierdoor is de noodzaak tot insluiten voorzienbaar. Dit werkt volgens de psychiater vaak de-escalerend. Nu neemt betrokkene zijn medicatie vrijwillig in, maar dit zou kunnen veranderen als zijn vrijheden worden uitgebreid, vandaar dat ze dit graag als vorm van verplichte zorg in de zorgmachtiging zou willen hebben.
De vader en mentor vindt dat het in vergelijking met een jaar geleden beter gaat met betrokkene. Ze kunnen beter een gesprek voeren samen. Betrokkene gaat vaker naar buiten en doet dan even een boodschapje. Dat gaat zonder problemen. De vader ziet een positieve ontwikkeling. Hij geeft wel aan dat betrokkene soms wat meer aanmoediging nodig heeft voor het innemen van zijn medicatie.
De advocaat zegt dat ze het verzoek niet echt met betrokkene heeft kunnen bespreken. Dit is voor hem erg lastig en moeilijk te volgen. De advocaat vindt dat er kritisch moet worden gekeken of insluiten daadwerkelijk nodig is of niet, zeker als het al een tijd niet is ingezet. De advocaat pleit voor afwijzing van de vorm van verplichte zorg ‘insluiten’.
5 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen), middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat uit de stukken blijkt dat betrokkene vanuit zijn psychotisch toestandsbeeld, veelal geluxeerd door middelengebruik, zichzelf en zijn leefomgeving gaat verwaarlozen. Betrokkene heeft op alle gebieden ondersteuning en aansturing nodig. Hij heeft de structuur nodig om te kunnen functioneren.
Betrokkene is voortdurend psychotisch aanwezig en heeft veel last van stemmen.
Daarnaast kan betrokkene zowel verbaal als fysiek agressief reageren richting personen en materieel. Hij kan met zijn gedrag de agressie van anderen oproepen. Ook laat hij seksueel grensoverschrijdend gedrag zien. Betrokkene is zorgmijdend en uit suïcidaal gedrag.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft geen ziektebesef of ziekte-inzicht. Hierdoor is hij niet in staat om mee te werken aan de noodzakelijke zorg. Betrokkene is niet gemotiveerd om te stoppen met het gebruik van middelen, waardoor een verhoogd risico op ontregeling bestaat. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- opnemen in een accommodatie.
Ten aanzien van de vorm van verplichte zorg ‘insluiten’ oordeelt de rechtbank deze vorm van verplichte zorg, anders dan het standpunt van de advocaat, wel voor toewijzing vatbaar. In dit kader heeft de psychiater naar voren gebracht dat betrokkene meer vrijheden gaat krijgen, waardoor insluiten voorzienbaar is. Uit het verleden is namelijk gebleken dat betrokkene met meer vrijheden meer weigering en verzet vertoont. Dan is insluiten voor een korte duur helpend omdat het de-escalerend werkt.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden.
6 De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 maart 2027.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026 door mr. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 23 maart 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.