Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 maart 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:3153Zaaknummer C/02/445424 / FA RK 26-1003
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 18 maart 2026
- Publicatiedatum
- 23 april 2026
- Zaaknummer
- C/02/445424 / FA RK 26-1003
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorziening. Processueel. Uitsluitend gebruik van de woning en toevertrouwing.
De rechtbank
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning, daarbij inbegrepen de inboedelgoederen, gelegen aan de [adres], en beveelt de man die woning te verlaten en deze verder niet te betreden met ingang van de datum van deze beschikking;
bepaalt dat aan de vrouw wordt toevertrouwd de minderjarige [minderjarige], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2011.
Deze beschikking is gegeven door mr. Vriends, rechter, en, in tegenwoordigheid van mr. Hurkmans, griffier, in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/445424 / FA RK 26-1003
datum uitspraak 18 maart 2026
beschikking over het treffen van voorlopige voorzieningen
in de zaak van
[de vrouw],
wonende in [woonplaats],
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. M.J.M. van Campen,
en
[de man],
wonende in [woonplaats],
hierna te noemen de man,
advocaat mr. G. Demir.
1 Het procesverloop
1.1 Dit blijkt uit het op 26 februari 2026 ontvangen verzoekschrift met bijlagen van de vrouw.
1.2 De behandeling van deze zaak is eerder gepland op de zitting van 25 maart 2026. Naar aanleiding van een gemotiveerd verzoek van de vrouw heeft de rechtbank bepaald dat de behandeling op een eerdere datum zou plaatsvinden, te weten 13 maart 2026. Ter afstemming van deze datum is contact opgenomen met mr. Van Campen en zij was akkoord. Ook is contact opgenomen met mr. Demir, omdat hij zich in de bodemprocedure namens de man heeft gesteld. Mr. Demir heeft daarop aangegeven dat de voorgestelde datum van 13 maart 2026 ook voor hem akkoord was.
1.3 Vervolgens heeft de rechtbank de zaak op 13 maart 2026 op zitting behandeld. Daarbij was de vrouw aanwezig, bijgestaan door haar advocaat en een tolk, de heer [persoon]. Verder was aanwezig mr. Demir. De man is niet verschenen.
1.4 Op de zitting heeft mr. Demir verklaard dat hij de datum van de zitting heeft doorgegeven aan de man. Desgevraagd heeft mr. Demir aangegeven dat hij zich ook in deze procedure namens de man stelt, maar dat hij niet bekend is met een inhoudelijk standpunt van de man, omdat het moeilijk is gebleken om met de man in contact te komen. Nu mr. Demir zich ook in deze zaak namens de man heeft gesteld, is de rechtbank overgegaan tot een inhoudelijke behandeling van de voorliggende verzoeken van de vrouw.
2 Het verzoek
De vrouw verzoekt, samengevat:
- het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning door haar;
- toevertrouwing van [minderjarige] aan haar.
3 De beoordeling
Vanwege de nationaliteit van de vrouw heeft de zaak internationaal privaatrechtelijke aspecten. De rechtbank heeft deze aspecten ambtshalve beoordeeld. Zij is van oordeel dat haar rechtsmacht toekomt en dat zij naar Nederlands recht moet beslissen op de verzoeken.
Uitsluitend gebruik van de woning
De vrouw verzoekt te bepalen dat zij met uitsluiting van de man gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres], daarbij inbegrepen de inboedelgoederen, met het bevel aan de man om de woning verder niet te betreden na de te wijzen beschikking. In de afgelopen tien jaar is er een structureel patroon geweest van huiselijk geweld van de man naar de vrouw en de kinderen. Op
23 december 2025 is er weer een ernstig incident geweest, waarna de vrouw aangifte heeft gedaan. De man heeft een gedragsaanwijzing gekregen waarin hem tot 23 maart 2026 een gebieds- en contactverbod is opgelegd. Voor de veiligheid van de vrouw is het van groot belang dat zij ook na het verlopen van het gebieds- en contactverbod niet langer met de man in de woning hoeft te zijn. Volgens haar heeft de man alternatieven. Tijdens de eerdere huisverboden heeft de man elders verbleven. Ook nu verblijft hij bij zijn moeder. De vrouw heeft aangegeven dat zij zelf geen alternatieven heeft. Zij heeft geen familie in Nederland. Naast [minderjarige] wonen ook nog de twee andere kinderen thuis. Hierdoor is het erg lastig om andere woonruimte te vinden.
Mr. Demir heeft op de mondelinge behandeling aangegeven niet bekend te zijn met het standpunt van de man.
De rechtbank overweegt dat de vrouw een belang heeft bij haar verzoek. Het verzoek wordt als onweersproken en op de wet gegrond toegewezen.
Toevertrouwing
De vrouw verzoekt te bepalen dat [minderjarige] aan haar wordt toevertrouwd. Zij heeft de
dagelijkse zorg voor [minderjarige].
Ook ten aanzien van dit verzoek heeft mr. Demir aangegeven niet bekend te zijn met
het standpunt van de man.
De rechtbank concludeert dat de vrouw een belang heeft bij haar verzoek en wijst dit verzoek als onweersproken en op de wet gegrond toe. In haar beoordeling betrekt de rechtbank ook dat niet is gebleken dat het belang van [minderjarige] zich tegen toewijzing van dit verzoek verzet.
4 De beslissing
De rechtbank
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning, daarbij inbegrepen de inboedelgoederen, gelegen aan de [adres], en beveelt de man die woning te verlaten en deze verder niet te betreden met ingang van de datum van deze beschikking;
bepaalt dat aan de vrouw wordt toevertrouwd de minderjarige [minderjarige], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2011.
Deze beschikking is gegeven door mr. Vriends, rechter, en, in tegenwoordigheid van mr. Hurkmans, griffier, in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.