Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 maart 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:3145Zaaknummer C 02 445903 je rk 26 416
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 18 maart 2026
- Publicatiedatum
- 23 april 2026
- Zaaknummer
- C 02 445903 je rk 26 416
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Nadere beschikking (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van zes maanden. Minderjarige is al 10 keer weggelopen van de accommodatie, is ook nu vermist
6 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp voor de duur van zes maanden, met ingang van 18 maart 2026 tot 18 september 2026;
wijst het meer of anders verzochte af.
| Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026 door mr. Van Triest, kinderrechter, en op 26 maart 2026 op schrift gesteld in aanwezigheid van mr. Van Oorschot als griffier. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummers:
C/02/445902 / JE RK 26-412 (spoedverzoek)
C/02/445903 / JE RK 26-416 (regulier verzoek)
Datum uitspraak: 18 maart 2026
Nadere beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
HET COLLEGE VAN BURGEMEEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE TILBURG,
hierna te noemen: het college,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige],
advocaat mr. P.C. Saris uit Eindhoven.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats].
1 Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- de beschikking van 11 maart 2026 van deze rechtbank en de daarbij behorende stukken.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van [minderjarige];
- de moeder, bijgestaan door een tolk [persoon 1], de heer [persoon 2], die ter zitting door de kinderrechter is beëdigd;
- twee vertegenwoordigers van het college.
De kinderrechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld om zijn mening te geven. [minderjarige] is echter ten tijde van de zitting vermist. Hij is weggelopen vanuit [accommodatie] in [plaats] en het is onbekend waar hij verblijft. De kinderrechter stelt vast dat [minderjarige] wel juist is opgeroepen.
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
Bij beschikking van 12 februari 2026 heeft de kinderrechter een machtiging gesloten plaatsing betreffende [minderjarige], verleend tot uiterlijk 12 maart 2026.
Bij beschikking van 11 maart 2026 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp voor de duur van twee weken, te weten met ingang van 11 maart 2026 tot 25 maart 2026. Het resterende deel van de spoedmachtiging is aangehouden. Tevens is het reguliere verzoek van het college aangehouden.
Op grond van voornoemde machtiging verblijft [minderjarige] bij [accommodatie] in [plaats].
3 De (resterende) verzoeken
In de zaak met kenmerk C/02/445902 / JE RK 26-412
Aan de orde is het resterende deel van het verzoek van het college om een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp voor de duur van vier weken, te weten voor een overige duur van twee weken.
In de zaak met kenmerk C/02/445903 / JE RK 26-416
Tevens is aan de orde het resterende deel van het verzoek van het college om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden.
De moeder stemt in met een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp voor de duur van zes maanden
4 De nadere standpunten
Het college legt het volgende ten grondslag aan het verzoek. [minderjarige] is momenteel weggelopen van de gesloten groep en het is onbekend waar hij op dit moment is. De moeder wordt door verschillende mensen gecontacteerd, waarbij wordt gezegd dat de moeder 500 euro moet betalen, omdat het anders slecht afloopt. Het college heeft veel zorgen over de veiligheid van [minderjarige]. Zijn ontwikkeling stagneert en er zijn zorgen over mogelijke banden tussen [minderjarige] en het criminele circuit. Hij is beïnvloedbaar vanwege zijn cognitieve mogelijkheden. Vanwege het vele weglopen is er nog onvoldoende gelegenheid geweest om therapie en behandeling op te starten. Het is daarom noodzakelijk dat [minderjarige] nog langer bij [accommodatie] verblijft. [accommodatie] kan er echter niet alles aan doen om te voorkomen dat hij wegloopt. Wel ging het beter met hem en hield hij zich aan de afspraken, toen er sprake was van één-op-één begeleiding (14 uur per dag). Het college zal in gesprek gaan met [accommodatie] en een plan maken voor [minderjarige]. Ook zal er gekeken worden wat er nodig is voor de moeder en het broertje van [minderjarige].
De advocaat van [minderjarige] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. De situatie is heel zorgelijk. Er moet de komende periode gekeken worden hoe ervoor kan worden gezorgd dat [minderjarige] een eerlijke en fijne start kan krijgen bij [accommodatie]. De advocaat vraagt daarom om de beslissing niet aan te houden om [minderjarige] nog te horen. [minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om zijn mening te geven en heeft recent nog uitgebreid zijn mening gegeven tijdens een vorige zitting.
De moeder geeft aan dat [minderjarige] hulpverlening nodig heeft. [minderjarige] verblijft vaak buiten de groep en houdt zich niet aan de regels. In het begin bleef hij wel bij [accommodatie] en ging het beter met hem. [accommodatie] houdt hem niet voldoende in de gaten. Zo lang de moeder in [woonplaats] woont, kan [minderjarige] niet bij de moeder wonen. [minderjarige] is niet veilig en de moeder is bang dat hij wordt vermoord. Ook wordt er gedreigd om de moeder en het broertje van [minderjarige] dood te maken. [minderjarige] stemt in om dingen te doen, om te voorkomen dat zijn moeder en zijn broertje iets overkomt.
5 De nadere beoordeling
De spoedbeslissing
Bij voornoemde beschikking van 11 maart 2026 is een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp betreffende [minderjarige] verleend voor de duur van twee weken, te weten met ingang van 11 maart 2026 tot 25 maart 2026. Tijdens de zitting zijn de belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om hun mening kenbaar te maken. Naar aanleiding daarvan is naar het oordeel van de kinderrechter niet gebleken van nieuwe feiten en/of omstandigheden die aanleiding geven tot een ander oordeel. [minderjarige] was niet aanwezig bij de mondelinge behandeling. Dit is zijn eigen keuze. Hij is wel bij [accommodatie] aanwezig geweest en wist dus van het verzoek. Hij is dus in de gelegenheid gesteld om zijn zegje te doen.
Nu de kinderrechter hierna zal beslissen op het reguliere verzoek tot een machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, zal zij het resterende deel van het verzoek om een spoedmachtiging te verlenen, afwijzen.
Het reguliere verzoek
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
Uit de stukken en wat is besproken tijdens de zitting blijkt dat [minderjarige] momenteel opnieuw is weggelopen vanuit [accommodatie] en dat het onbekend is waar hij op dit moment verblijft en met wie. Er zijn grote zorgen over zijn veiligheid op dit moment. De afgelopen periode is [minderjarige] veelvuldig weggelopen van de gesloten groep. Hij komt daarbij in gevaarlijke situaties terecht en gebruikt middelen. Het vermoeden bestaat dat [minderjarige] omgaat met mensen die betrokken zijn bij het criminele circuit en dat deze mensen hem onder druk zetten. Vanwege zijn cognitieve beperking is [minderjarige] beïnvloedbaar. Ook bedreigen deze mensen de moeder en het broertje van [minderjarige]. Door het veelvuldig weglopen van [minderjarige] heeft hij nog slechts beperkt kunnen profiteren van de therapie en behandeling vanuit [accommodatie]. Duidelijk is dat er op dit moment geen minder ingrijpende mogelijkheden beschikbaar zijn om de ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen van [minderjarige] te behandelen. Zelfs de meest ingrijpende maatregel, een gesloten machtiging, lijkt namelijk nauwelijks voldoende te zijn, nu [minderjarige] al meer dan tien keer is weggelopen vanuit [accommodatie].
De kinderrechter verleent daarom weer een machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 27 februari 2025 tot 27 mei 2025.
De kinderrechter benadrukt daarbij dat het onbegrijpelijk is dat [minderjarige] al zo vaak is weggelopen uit de gesloten accommodatie, terwijl het uitgangspunt is dat [minderjarige] daar niet zomaar weg kan gaan. De kinderrechter acht het van belang dat er een duidelijk plan van aanpak dient te komen voor [minderjarige], indien hij terug is gekeerd naar [accommodatie]. Er dient voorkomen te worden dat [minderjarige] opnieuw wegloopt, zodat [minderjarige] eindelijk toe kan komen aan de therapie en behandeling die noodzakelijk is voor zijn ontwikkeling.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp voor de duur van zes maanden, met ingang van 18 maart 2026 tot 18 september 2026;
wijst het meer of anders verzochte af.
| Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026 door mr. Van Triest, kinderrechter, en op 26 maart 2026 op schrift gesteld in aanwezigheid van mr. Van Oorschot als griffier. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.