Uitspraak · Belastingrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 januari 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:313Zaaknummer BRE 25/702 en 25/703
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 23 januari 2026
- Publicatiedatum
- 30 januari 2026
- Zaaknummer
- BRE 25/702 en 25/703
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
8:54; Beroepen ongegrond. Eiseres is gelet op het testament geen erfgenaam. Eiseres heeft alleen een vordering op de nalatenschap. Eiseres behoort dan ook niet tot de personen die op basis van de wet rechtsmiddelen tegen de aanslagen kan aanwenden. De inspecteur heeft de bezwaren terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 23 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 25/702 en 25/703
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaats], eiseres
(gemachtigde: [gemachtigde]),
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van eiseres tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 15 januari 2025. Het beroep ziet op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over het jaar 2021 van wijlen mevrouw [naam] met aanslagnummers [BSN].H.16.01 en [BSN].W.16.01.4 (hierna: de aanslagen).
Omdat de beroepen kennelijk ongegrond zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank stelt voorop dat de aanslagen zijn opgelegd aan wijlen [naam]. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen deze aanslagen. De inspecteur heeft de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiseres geen belanghebbende is. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Ontvankelijkheid van het beroep
3. De rechtbank ziet zich eerst voor de vraag gesteld of de beroepen ontvankelijk zijn.[_9f986712-690a-4bbe-bfd9-3a1615d35897] Nu er in dit geval een specifieke uitspraak op bezwaar gericht aan eiseres is gedaan, zijn de beroepen van eiseres daartegen ontvankelijk.
Ontvankelijkheid van het bezwaar
4. De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of eiseres wel in bezwaar kon komen gelet op de beperkingen in de wet ten aanzien van de personen die rechtsmiddelen kunnen aanwenden tegen een belastingaanslag.[_7fb8cb47-8b0a-44b7-bfc6-0aac6734d3ee]
De bezwaren van eiseres richten zich tegen de aanslagen die zijn opgelegd aan wijlen [naam]. Bij een overledene kan een erfgenaam of executeur worden aangemerkt als degene van wie inkomens- of vermogensbestanddelen zijn begrepen in het voorwerp van de belasting waarop de belastingaanslag betrekking heeft. Eiseres is gelet op het testament van mevrouw [naam] geen erfgenaam. Eiseres heeft alleen een vordering op de nalatenschap.[_101234fb-6625-4110-a860-e267b04ef10c] Eiseres behoort dan ook niet tot de personen die op basis van de wet rechtsmiddelen tegen de aanslagen kan aanwenden. De inspecteur heeft de bezwaren terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Conclusie en gevolgen
5. De bezwaren zijn daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 23 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.