Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 april 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:3024Zaaknummer 25/6214
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 15 april 2026
- Publicatiedatum
- 22 april 2026
- Zaaknummer
- 25/6214
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
pkv-verzoek na intrekking beroep.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt het CBR tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van
mr. E.A. Vermunt, griffier, op 15 april 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/6214
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 april 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. J.J. van 't Hoff),
en
de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (het CBR), verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het CBR in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van het CBR van 20 november 2025. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat het CBR op 2 februari 2026 dit besluit heeft ingetrokken.
De rechtbank heeft het CBR in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het CBR heeft de rechtbank meegedeeld dat geen verweer wordt gevoerd tegen de door eiser verzochte proceskostenveroordeling.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_9f6e4cdf-09a6-4ea8-94fd-1e05d84e9e64]
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_8babafbb-45ae-454e-9655-70b6e6115075]
Is het CBR aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het CBR geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
Op 2 december 2025 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van verzoeker niet-ontvankelijk is verklaard. Het CBR heeft op 2 februari 2026 dit besluit ingetrokken en aangegeven dat wordt overgegaan tot inhoudelijke behandeling van het bezwaar. Hiermee is het CBR tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.
Welk bedrag aan proceskosten moet het CBR aan verzoeker vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het CBR moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 934,- omdat de gemachtigde van verzoeker een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het CBR verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 194,- te vergoeden.[_6e15580d-fa9b-4159-b1c8-684a4480e546]Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het CBR wenden.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt het CBR tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van
mr. E.A. Vermunt, griffier, op 15 april 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.