Uitspraak · Belastingrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 april 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:2916Zaaknummer BRE 25/2605, 25/2608, 25/2609 en 25/2611 t/m 25/2617

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
BRE 25/2605, 25/2608, 25/2609 en 25/2611 t/m 25/2617
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

8:55 Verzet ongegrond. De rechtbank is van oordeel dat de genoemde omstandigheden de overschrijding van de termijn niet verschoonbaar maken. Gemachtigde heeft niet duidelijk gemaakt wanneer hij de gestelde adreswijziging aan de Kamer van Koophandel heeft doorgegeven. Gemachtigde schrijft in het beroepschrift dat het lijkt of het adres al geruime tijd niet in gebruik is en dat het lijkt of het adres slechts op onregelmatige tijden wordt bezocht. De feitelijke gang van zaken ten aanzien van het adres is de rechtbank dan ook niet duidelijk geworden. Het had op de weg van gemachtigde gelegen om bij verhuizing ervoor te zorgen dat er maatregelen worden getroffen dat post die op het oude adres aankomt toch wordt doorgestuurd. De omstandigheid dat de IT-dienstverlener heeft nagelaten de e-mailondertekening aan te passen, ligt in de risicosfeer van belanghebbende. Van ander feiten en omstandigheden die een overschrijding verschoonbaar maken, is niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van mr.W. Dekkers, griffier op 10 april 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de datum bekendmaking beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl). Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;

2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is

gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht

zaaknummers: BRE 25/2605, 25/2608, 25/2609 en 25/2611 tot en met 25/2617

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2026 op het verzet van

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

(gemachtigde: mr. H.J. Strating),

tegen de uitspraak van de rechtbank van 5 december 2025 in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. Deze uitspraak op het verzet van belanghebbende gaat over de uitspraak van de rechtbank van 5 december 2025 waarin de rechtbank de beroepen van belanghebbende niet-ontvankelijk heeft verklaard.

2. Belanghebbende heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 5 december 2025 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel[_48806a2d-a7b4-49a8-9536-d1f68dbf534b] is dat de beroepen niet-ontvankelijk zijn. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet.

4. Gemachtigde beroept zich in verzet op een verschoonbare termijnoverschrijding. Gemachtigde stelt tijdig een adreswijziging door te hebben gegeven aan de Kamer van Koophandel. De Kamer van Koophandel dient deze adreswijziging door te geven aan de Belastingdienst. Het niet correct verwerken van de adreswijziging is een omstandigheid die voor rekening en risico van de inspecteur dient te komen. Gemachtigde verwijst voor de onderbouwing van zijn standpunt naar:

  • een factuur van de Kamer van Koophandel aan [bv 1] van 31 juli 2024, geadresseerd aan [adres 1];
  • een brief van de Belastingdienst aan [bv 1] van 17 augustus 2024, eveneens geadresseerd aan [adres 1];
  • een brief van de Belastingdienst aan [bv 2] van 15 juni 2024, geadresseerd aan [adres 2].

5. Bovendien heeft volgens belanghebbende de IT-dienstverlener bij de verhuizing van [nummer 1] naar [nummer 2] verzuimd de e-mailondertekening aan te passen.

6. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

7. De rechtbank stelt voorop dat gemachtigde niet duidelijk heeft gemaakt wanneer hij de gestelde adreswijziging aan de Kamer van Koophandel heeft doorgegeven. De stelling dat de adreswijziging geruime tijd voor de dagtekening van de uitspraak op bezwaar is doorgegeven, acht de rechtbank niet aannemelijk gemaakt gelet op de overgelegde stukken. De brief van de Belastingdienst waar belanghebbende naar verwijst heeft dagtekening 17 augustus 2024, terwijl de onderhavige uitspraak op bezwaar een dagtekening 28 augustus 2024 heeft. Uit de factuur van de Kamer van Koophandel volgt slechts dat de vennootschap [bv 1] het [adres 1] als factuuradres heeft doorgegeven voor die betreffende rekening. De relevantie van de brief aan [bv 2] is de rechtbank niet duidelijk, aangezien die brief geen melding maakt van het [adres 1] en de betreffende vennootschap niet in deze procedure optreedt.

8. Verder overweegt de rechtbank dat gemachtigde in het beroepschrift schrijft dat het lijkt of het adres al geruime tijd niet in gebruik is en dat het lijkt of het adres slechts op onregelmatige tijden wordt bezocht. De feitelijke gang van zaken ten aanzien van het adres [nummer 1] is de rechtbank dan ook niet duidelijk geworden. Het had op de weg van gemachtigde gelegen om bij een verhuizing ervoor te zorgen dat er maatregelen worden getroffen dat post die op het oude adres aankomt toch wordt doorgestuurd. De omstandigheid dat de IT-dienstverlener heeft nagelaten de e-mailondertekening aan te passen, ligt in de risicosfeer van belanghebbende.

9. Uit vaste rechtspraak komt naar voren dat het processuele handelen van een gemachtigde voor rekening komt van degene die de behartiging van zijn belangen aan hem heeft toevertrouwd. Dat geldt ook voor de overschrijding van de beroepstermijn. De rechtbank is van oordeel dat de genoemde omstandigheden de overschrijding van de termijn niet verschoonbaar maken. Van andere feiten en omstandigheden die een overschrijding verschoonbaar maken, is niet gebleken.

Conclusie en gevolgen

10. De gronden van het verzet slagen niet. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 5 december 2025. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat die uitspraak in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van mr.W. Dekkers, griffier op 10 april 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de datum bekendmaking beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl). Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;

2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is

gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.