Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 maart 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:2892Zaaknummer C/02/445382 / FA RK 26-983

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
C/02/445382 / FA RK 26-983
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Eerste zorgmachtiging voor zes maanden, psychotische ontregeling bij schizofrenie

De rechtbank:

5.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1960 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 4.7. staan kunnen worden toegepast;

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 september 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot, griffier en op schrift gesteld op 1 april 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De standpunten
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/445382 / FA RK 26-983

Datum uitspraak: 13 maart 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1960 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats],

advocaat mr. P.R. Klaver uit Bergen op Zoom.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 24 februari 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [persoon 1], psychiater;
  • mevrouw [persoon 2], verpleegkundige.

2 Het verzoek

2.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

3 De standpunten

3.1.

Betrokkene geeft aan dat zij koning Willem-Alexander heeft laten weten dat hij de vader is van haar dochter en dat hij hun dochter heeft erkend. Betrokkene laat zichzelf niet opnemen en wil niet onder begeleiding staan. Willem-Alexander zal contact opnemen met [zorgaanbieder] en ervoor zorgen dat betrokkene daar niet wordt opgenomen, zodat betrokkene thuis kan blijven. De bovenbuurman van betrokkene terroriseert haar en dwingt haar tot dingen die zij niet wil, bijvoorbeeld om de naam van de vader van haar kind op te schrijven. Betrokkene voelt zich niet veilig. De bovenbuurman zal haar met een pistool of een spuit gaan bedreigen. Betrokkene laat zich echter niet dwingen.

3.2.

De psychiater zegt dat betrokkene psychotisch is. Betrokkene heeft geen ziektebesef- of inzicht en er is bij betrokkene geen bereidheid om vrijwillig ingesteld te worden op depotmedicatie. De enige manier om te starten met medicatie is middels een opname op basis van een zorgmachtiging. De hoop is dat door middel van depotmedicatie het psychotische toestandsbeeld zal afnemen. Vanwege de nachtelijke overlast door betrokkene zal zij haar woning verliezen. De psychiater zegt dat de verplichte zorgvorm ‘het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten’ ziet op het onderhouden van contact met het ambulante team en eventueel beschermd wonen voor betrokkene.

3.3.

De verpleegkundige zegt dat het inmiddels vaststaat dat betrokkene haar woning verliest, echter is het nog onduidelijk wanneer dat gaat gebeuren. Verder zegt de verpleegkundige dat het toestandsbeeld van betrokkene redelijk snel verbeterde tijdens een eerdere opname, echter gingen de psychotische belevingen nooit compleet weg. Na de opname zal er worden toegewerkt naar begeleid of beschermd wonen. De verpleegkundige hoopt dat dit op vrijwillige basis kan, indien betrokkene goed is ingesteld op medicatie en zij gestabiliseerd is.

3.4.

De advocaat voert aan dat betrokkene een andere beleving heeft dan de zorgverleners en dat zij zich niet herkent in het beeld dat wordt geschetst. Betrokkene wil niet dat er een zorgmachtiging wordt verleend.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

4.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een schizofreniespectrumstoornis en is in dat kader ernstig psychotisch ontregeld.

4.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- maatschappelijke teloorgang;

- ernstige verstoorde ontwikkeling;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

4.4.

Betrokkene zal uit haar woning worden gezet. Vanuit haar psychotische ontregeling veroorzaakt betrokkene veel overlast in de buurt. Deze overlast bestaat uit nachtelijke onrust, waarbij er sprake is van geluidsoverlast. Zelf heeft betrokkene de beleving dat dit door haar bovenbuurman, die haar terroriseert en bedreigd, wordt veroorzaakt. Ook heeft zij de beleving dat koning Willem Alexander zal voorkomen dat zij uit haar woning zal worden gezet. De woningbouwvereniging is echter overgegaan tot een uitzettingsprocedure en de rechtbank heeft inmiddels toestemming verleend voor de uitzetting. Het risico bestaat dat de buren het heft in eigen handen gaan nemen, omdat de buren herhaaldelijk te kennen hebben gegeven dat zij willen dat het gedrag van betrokkene stopt. Er zijn veel politiemeldingen gedaan.

4.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

4.6.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft geen ziektebesef- of inzicht en er is bij betrokkene geen bereidheid om vrijwillig ingesteld te worden op (depot)medicatie. Betrokkene laat enkel één hulpverlener van de GGZ af en toe binnen, op basis van haar psychotische belevingen. Daarnaast wil betrokkene niet opgenomen worden. Daarom is verplichte zorg nodig.

4.7.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

  • het verrichten van medische controles;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • opnemen in een accommodatie.
4.7.1.

Ten aanzien van de vorm van verplichte zorg ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ overweegt de rechtbank dat daaronder wordt verstaan dat betrokkene contact moet blijven onderhouden met het ambulante team.

4.8.

De overige door de officier van justitie verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht omdat de psychiater en de verpleegkundige tijdens de zitting hebben bevestigd dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

4.9.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1960 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 4.7. staan kunnen worden toegepast;

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 september 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot, griffier en op schrift gesteld op 1 april 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.