Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 maart 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:2887Zaaknummer C/02/443046 / FA RK 25-6449

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
C/02/443046 / FA RK 25-6449
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Kindbriefzaak. Kinderrechter legt in kindvriendelijke taal uit waarom ze geen beslissing neemt op de vraag van het kind. Inmiddels is aan zijn wens tegemoet gekomen door de huisarts.

De beslissing van de rechter

neemt geen ambtshalve beslissing op de vraag van [minderjarige].

Deze beschikking is gegeven door mr. Van Triest, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026, in aanwezigheid van mr. Busselaar als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Wat is er tot nu toe gebeurd?
  2. Hoe is de situatie van [minderjarige] ?
  3. Wat vindt de kinderrechter van de vraag van [minderjarige]?
  4. De beslissing van de rechter

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer C/02/443046 / FA RK 25-6449

Datum uitspraak: 13 maart 2026

Beschikking van de kinderrechter naar aanleiding van een vraag van een minderjarige

in de zaak van

de [minderjarige],

geboren op [geboortedag] 2013 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats],

[de vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats],

advocaat mr. T. Möller uit Tilburg.

De kinderrechter als informant aan:

de gecertificeerde instelling WILIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen de GI.

Wat is er tot nu toe gebeurd?

Op 13 december 2025 heeft de rechtbank een brief ontvangen van [minderjarige]. [minderjarige] vraagt of de rechter ervoor kan zorgen dat hij het medicijn Risperidon Aurobindo 0,5 mg kan blijven gebruiken omdat hij vindt dat het goed werkt bij hem.

[minderjarige] is naar aanleiding van zijn brief uitgenodigd om met de rechter te praten. Dit gesprek was op 13 januari 2026. [minderjarige] heeft toen weer aan de kinderrechter gevraagd of zij ervoor kan zorgen dat hij Risperidon mag slikken. Het gaat beter met hem als hij Risperidon slikt, in het gezinshuis en ook op school. Hij vindt het jammer dat zijn vader niet wil dat hij het slikt. Hij heeft de medicatie al in het geheim geslikt en toen zijn vader daar achter kwam was hij boos. Verder kan hij goed met zijn vader opschieten.

De GI heeft ook een verzoek ingediend. De GI heeft aan de kinderrechter gevraagd om het gezag over [minderjarige] gedeeltelijk aan de GI toe te kennen, namelijk voor zover het gaat om het geven van toestemming voor de medische behandeling van [minderjarige]. De GI heeft dit verzoek (geregistreerd onder kenmerk C/02/443035 / JE RK 25-2241) op 4 februari 2026 weer ingetrokken met een brief. In de brief van GI staat het volgende: De huisarts van [minderjarige], dokter Eltink, vindt dat [minderjarige] zelf mee kan beslissen over het slikken van Risperidon. De huisarts schrijft daarom Risperidon aan [minderjarige] voor totdat een kinderpsychiater hem heeft onderzocht en met hem heeft gepraat. Daarom vindt de GI dat een beslissing van de kinderrechter niet meer nodig is en trekt de GI het verzoek in.

Hoe is de situatie van [minderjarige] ?

De ouders van [minderjarige] hebben samen het gezag over hem.

[minderjarige] is onder toezicht gesteld van de GI. [minderjarige] verblijft met een machtiging van de kinderrechter in een gezinshuis.

De moeder van [minderjarige] vindt het een goed idee dat [minderjarige] Risperidon slikt. Zijn vader is het er niet mee eens.

Wat vindt de kinderrechter van de vraag van [minderjarige]?

[minderjarige] heeft een brief aan de kinderrechter geschreven met een vraag. Dat kan. De rechter kan, als zij dat wil, een beslissing nemen over de vraag van een kind, nadat ze met het kind, zijn ouders en – bij [minderjarige] – ook met meneer [persoon] van de GI heeft gepraat.

[minderjarige] heeft zelf verteld dat de Risperidon hem helpt. Hij heeft meer rust in zijn hoofd en kan zich beter concentreren. De school, de GI en het gezinshuis vinden dit ook. De kinderrechter vindt het fijn voor hem dat de huisarts naar zijn wens heeft geluisterd en dat zij hem serieus heeft genomen. Omdat [minderjarige] de Risperidon op dit moment al voorgeschreven krijgt van de huisarts, hoeft de kinderrechter geen beslissing meer te nemen over de vraag van [minderjarige]. Dat is niet meer nodig.

Brief aan [minderjarige]

De kinderrechter vindt het wel belangrijk om [minderjarige] een brief hierover te schrijven waarin zij uitlegt waarom zij geen beslissing meer neemt over zijn vraag. De ouders kunnen hieronder lezen wat de kinderrechter aan hem schrijft.

Beste [minderjarige],

Op 13 januari 2026 hebben wij met elkaar gesproken over jouw vraag aan mij. Tijdens dat gesprek heb jij mij verteld dat jij het medicijn Risperidon al gebruikt. Je vertelde dat dit medicijn je helpt. Het maakt je rustiger in je hoofd en je kunt je beter concentreren. Je hebt ook verteld dat jouw vader geen toestemming heeft gegeven voor het gebruik van Risperidon. Dat vind je niet fijn. Verder heb je goed contact met je vader.

Ik heb begrepen dat je nu elke dag Risperidon slikt en dat de huisarts daarvoor een recept heeft gegeven. De huisarts heeft dus geluisterd naar jou en jouw wensen. Dat is fijn voor je. De huisarts zal nog wel overleggen met een kinderpsychiater. De kinderpsychiater zal beoordelen of Risperidon voor jou de juiste medicatie is. Omdat jouw probleem rondom de Risperidon nu is opgelost hoef ik geen beslissing meer te nemen over jouw vraag. Dus met deze brief is het klaar.

Ik wens je veel succes voor de komende tijd en hoop dat het goed met je blijft gaan op school en in het gezinshuis en dat je fijn contact houdt met je beide ouders.

Met vriendelijke groeten,

de griffier, namens mevrouw van Triest, kinderrechter.

De beslissing van de rechter

neemt geen ambtshalve beslissing op de vraag van [minderjarige].

Deze beschikking is gegeven door mr. Van Triest, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026, in aanwezigheid van mr. Busselaar als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.