Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 maart 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:2885Zaaknummer C/02/445807 / FA RK 26-1215

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
C/02/445807 / FA RK 26-1215
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

voortzetting crisismaatregel

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2005 in [geboorteplaats] (Ethiopië), wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 april 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026 door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 27 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/445807 / FA RK 26-1215

Datum uitspraak: 13 maart 2026

Beschikking voortzetting crisismaatregel

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 2005 in [geboorteplaats] (Ethiopië),

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats 1],

thans verblijvende bij [stichting] te [plaats 2],

advocaat mr. S.J. Nijssen uit Goes.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 10 maart 2026;
  • het bericht van de officier van justitie van 12 maart 2026 met bijlagen.
1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [persoon 1], arts;
  • de heer [persoon 2], verpleegkundige.

2 Wat vaststaat

2.1.

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [stichting]. De burgemeester van de gemeente Goes heeft de crisismaatregel op 9 maart 2026 afgegeven.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene stelt dat ze niet weet waarom ze binnen [stichting] is opgenomen. Ze kan zich niet meer herinneren wat er is gebeurd. Ze wil weg bij [stichting], want ze moet onder andere boodschappen doen. Betrokkene stelt dat ze niet weet welke medicatie ze krijgt, maar ze neemt het wel.

4.2.

De advocaat stelt dat er sprake is van een vermoedelijke psychische stoornis. Betrokkene liet een katatoon beeld zien en dit is een uiting van een stoornis. Welke stoornis dit precies is, is nog niet bekend. Ook is er sprake van ernstig nadeel. Betrokkene is dakloos en op het moment dat ze nu op straat komt te staan, zal ze snel opnieuw in beeld komen bij [stichting]. Het belangrijkste ernstig nadeel is het lichamelijk letsel dat betrokkene dan op kan lopen. Vrijwillige behandeling lukt momenteel niet, maar niet alle vormen van verplichte zorg zijn noodzakelijk. De advocaat sluit zich hiervoor aan bij de vormen van verplichte zorg die de arts als noodzakelijk benoemt.

4.3.

De arts stelt dat betrokkene inmiddels meer in staat is om contact te maken en samen te werken, maar ze doet dit alleen op momenten dat ze het zelf wil. Onder het katatone beeld dat ze eerder liet zien, kan PTSS of een psychotische stoornis zitten. Betrokkene zegt wel dat ze stemmen hoort die haar opdrachten geven, maar er zijn geen formele denkstoornissen en wanen. Het is nog niet helemaal duidelijk wat er met betrokkene aan de hand is, maar er is wel een vermoeden van een psychische stoornis. Het is lastig om te onderzoeken wat dit precies is, omdat het moeilijk is om contact te maken met betrokkene. Betrokkene krijgt momenteel medicatie tegen katatonie en psychoses en sindsdien is er wat verbetering in haar situatie. Betrokkene heeft eerder een intake gehad voor traumagerelateerde klachten, maar zegt ook vaak dat ze geen hulp wil. Hierbij is betrokkene dakloos. Er zijn dan ook veel zorgen over haar en het verzoek dient te worden toegewezen. Voor wat betreft de vormen van verplichte zorg, zijn de vormen ‘toedienen van vocht en voeding’, ‘het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen’, ‘insluiten’ en ‘uitoefenen van toezicht’ niet noodzakelijk. Wat wel noodzakelijk is zijn de overige verzochte vormen van verplichte zorg en ‘onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen’.

4.4.

De verpleegkundige stelt dat betrokkene emotioneel gezien erg wisselend is. Hiernaast staat ze soms ineens stil, maar op andere momenten doet ze bijvoorbeeld gevaarlijke dingen, plast ze op haar slaapkamer zonder duidelijke reden of ontkleedt ze zich op de afdeling. Ook filmt ze zichzelf naakt en zet ze deze filmpjes op TikTok.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang.

5.3.

Betrokkene vertoonde een katatoon beeld gekenmerkt door teruggetrokkenheid, mutisme, milde stupor, verminderde spontane beweging, negativisme, staren en stereotypie. Daarom is er vaak geen wederkerigheid in contact en ontbreekt totaal de stuurbaarheid in gedrag.

5.4.

Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft vermoedelijk depressieve stemmingsstoornissen en disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen.

5.5.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

5.6.

De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

5.7.

Gelet op het standpunt van de arts tijdens de mondelinge behandeling, is de rechtbank van oordeel dat in afwijking van het verzoek van de officier ook het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank zal ook deze vorm van verplichte zorg toewijzen.

5.8.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de arts tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

5.9.

Betrokkene verzet zich tegen de zorg.

5.10.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2005 in [geboorteplaats] (Ethiopië), wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 april 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026 door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 27 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.