Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 maart 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:2883Zaaknummer C/02/445805 / JE RK 26-398

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
C/02/445805 / JE RK 26-398
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

GI heeft verzoek ingetrokken. Niet-ontvankelijk verklaard.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verklaart de GI niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026, in aanwezigheid van Van Dijke als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/445805 / JE RK 26-398

Datum uitspraak: 13 maart 2026

Beschikking verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder],

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats],

mr. M. KALLE,

in zijn hoedanigheid van bijzondere curator over [minderjarige],

advocaat te Middelburg.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 5 maart 2026;
  • het emailbericht van de GI van 12 maart 2026.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.2.

[minderjarige] woont bij de moeder.

2.3.

Bij beschikking van 22 maart 2024 is [minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 22 maart 2024 en tot 22 september 2024 en is het resterende deel van het verzoek aangehouden. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd, laatstelijk tot 22 maart 2026.

2.4.

Bij beschikking van 22 maart 2024 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verleend in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 22 maart 2024 en tot 22 september 2024. Deze machtiging tot uithuisplaatsing is daarna steeds verlengd, laatstelijk tot 22 maart 2026.

2.5.

Bij beschikking van 16 januari 2026 is het (zelfstandige) verzoek van de moeder om voorlopig te bepalen dat [minderjarige] dag en nacht bij haar verblijft afgewezen, omdat de GI het verzoek omtrent de machtiging uithuisplaatsing heeft ingetrokken.

2.6.

Bij beschikking van 24 februari 2026 heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 24 februari 2026 tot 22 maart 2026. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De beoordeling

4.1.

De GI heeft bij emailbericht van 12 maart 2026 het verzoek om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen ingetrokken. Nu de GI het verzoek heeft ingetrokken, kan de kinderrechter het verzoek niet beoordelen en zal de kinderrechter de GI niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek. Dit betekent dat als volgt zal worden beslist.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verklaart de GI niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026, in aanwezigheid van Van Dijke als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.