Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 maart 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:2844Zaaknummer C/02/444533 / FA RK 26-501

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
C/02/444533 / FA RK 26-501
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voogdijoverdracht van GI naar pleegouders. Alle betrokkenen op één lijn. Goede verstandshouding en samenwerking pleegouders en moeder.

De rechtbank:

6.1.

ontslaat de GI van de voogdij over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedag 1] 2021 te [geboorteplaats 1];

6.2.

benoemt tot voogden over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedag 1] 2021 te [geboorteplaats 1] de pleegouders [pleegvader], geboren op [geboortedag 2] 1979 te [geboorteplaats 2] en [pleegmoeder], geboren op [geboortedag 3] 1984 te [geboorteplaats 3];

6.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026 door mr Sumner, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Noort als griffier, en op schrift gesteld op 18 maart 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/444533 / FA RK 26-501

Datum uitspraak: 11 maart 2026

Beschikking van de rechtbank over de voogdij overdracht

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige], geboren op [geboortedag 1] 2021 in [geboorteplaats 1],

hierna te noemen [minderjarige].

De rechtbank merkt als belanghebbende aan:

[de pleegouders],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen de pleegouders,

De rechtbank merkt als informanten aan:

[de moeder], hierna te noemen de moeder,

[de vader], hierna te noemen de vader.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 29 januari 2026;
  • het bericht van de GI van 11 maart 2026.
1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de pleegouders;

- de moeder;

- een vertegenwoordiger van de Raad;

- een vertegenwoordiger van de GI, middels een videobelverbinding.

1.3.

De rechtbank heeft bijzondere toegang verleend aan [de grootvader moederszijde], hierna te noemen grootvader moederszijde.

1.3.

De vader is per abusievelijk opgeroepen voor de zitting. Hij is echter niet verschenen.

2 De feiten

2.1.

Bij beschikking van 1 december 2021 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering.

2.2.

[minderjarige] verblijft in een pleeggezin.

2.3.

De pleegouders hebben zich bij brief van 17 december 2025 bereid verklaard om de voogdij te aanvaarden.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt haar op grond van 1:322, eerste lid sub c van het Burgerlijk Wetboek (BW) te ontslaan uit de voogdij over [minderjarige], ten gunste van de pleegouders.

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De standpunten

4.1.

Ter onderbouwing van het verzoek heeft de GI aangevoerd dat [minderjarige] sinds 1 december 2021 onder voogdij van de GI staat. Het opvoedperspectief is in maart 2022 bepaald en ligt duurzaam in het huidige pleeggezin. De pleegouders verzorgen en voeden [minderjarige] op in een stabiele en veilige opvoedomgeving. De continuïteit van de opvoedingssituatie is van groot belang voor de emotionele- en sociale ontwikkeling van [minderjarige]. De voogdijoverdracht draagt daar aan bij en voorkomt dat [minderjarige] afhankelijk is van de GI voor belangrijke beslissingen die over hem genomen moeten worden. Door de voogdij bij pleegouders te leggen, ontstaat een normale gezinsdynamiek waarin zij zelfstandig kunnen handelen in het belang van [minderjarige] en die bovendien aansluit bij het opvoedperspectief. De pleegouders tonen zich bereid om de ouders een blijvende plek te geven in het leven van [minderjarige]. Al langere tijd is er direct contact tussen de pleegmoeder en de moeder en dit verloopt positief. Om de vier weken heeft de moeder onder begeleiding van de pleegmoeder in het pleeggezin contact met [minderjarige]. Als de vader weer in beeld komt zal de pleegzorgwerker de pleegouders daarbij ondersteunen. De moeder heeft ingestemd met de voogdijoverdracht en onderhoudt constructief contact met de pleegouders. Ook de andere familieleden hebben, na een gewenningsperiode, de plaatsing in het pleeggezin volledig geaccepteerd.

4.2.

De pleegouders zijn bereid om de voogdij te ervaren. Op het moment dat de vader weer in beeld komt willen zij graag extra ondersteuning.

4.3.

De moeder staat achter het verzoek.

4.4.

De Raad ondersteunt het verzoek van harte. Het is niet vaak dat er zulke mooie voorbeelden zijn.

5 De beoordeling

5.1.

Op grond van artikel 1:322 lid 1 onder c BW kan iedere voogd zich van zijn bediening doen ontslaan, indien een daartoe bevoegd persoon/gecertificeerde instelling zich schriftelijk heeft bereid verklaard de voogdij over te nemen, en de rechtbank deze overneming in het belang van de minderjarigen acht.

5.2.

De rechtbank overweegt het volgende. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt overduidelijk dat [minderjarige] in een liefdevolle omgeving opgroeit waarin alle voor hem op dit moment belangrijke personen een rol in zijn leven mogen spelen. Dat het zo goed gaat komt doordat alle betrokkenen ondanks dat het soms moeilijk is op één lijn zitten en het beste willen voor [minderjarige]. Een groot compliment gaat uit naar de moeder. Zij heeft het belang van [minderjarige] boven haar eigen belang gezet, gekeken naar wat hij nodig heeft en gezien dat het voor hem het beste is als hij opgroeit bij de pleegouders. Dat is het allermooiste wat een ouder voor een kind kan doen en het siert de moeder dat zij dat heeft ingezien. Voor de rechtbank is ook duidelijk dat dit het juiste moment is om de voogdij over te dragen aan de pleegouders. De pleegouders bieden [minderjarige] een stabiele en veilige opvoedsituatie waarin ook de moeder een plekje heeft gekregen en waar ook ruimte zal zijn voor de vader. De verstandshouding en samenwerking tussen de pleegouders en de moeder is bovendien goed, zoals ook ter zitting bleek. De rechtbank vindt het bewonderingswaardig hoe de pleegouders zich inzetten voor [minderjarige]. Het is voor iedereen goed als de pleegouders zelfstandig belangrijke beslissingen over [minderjarige] kunnen gaan maken.

5.3.

De rechtbank acht het dan ook in het belang van [minderjarige] dat de voogdij wordt overgedragen aan de pleegouders en zal het verzoek toewijzen.

5.4.

De beslissing wordt van rechtswege ingevolge artikel 2 Besluit gezagsregisters aangetekend in het gezagsregister.

5.5.

De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

ontslaat de GI van de voogdij over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedag 1] 2021 te [geboorteplaats 1];

6.2.

benoemt tot voogden over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedag 1] 2021 te [geboorteplaats 1] de pleegouders [pleegvader], geboren op [geboortedag 2] 1979 te [geboorteplaats 2] en [pleegmoeder], geboren op [geboortedag 3] 1984 te [geboorteplaats 3];

6.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026 door mr Sumner, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Noort als griffier, en op schrift gesteld op 18 maart 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.