Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 februari 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:2824Zaaknummer C/02/440239 / FA RK 25-4967

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
C/02/440239 / FA RK 25-4967
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Intrekking voor zitting

De rechtbank

3.1.

wijst af het verzoek van de vrouw;

3.2.

compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. Haerkens-Wouters, kinderrechter, en in tegenwoordigheid van Van Beijsterveldt, griffier, in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Volledige tekst

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Breda

Zaaknummer: C/02/440239 / FA RK 25-4967

24 februari 2026

beschikking

in de zaak van

[de vrouw],

wonende te [woonplaats 1],

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. A Goedkoop te Breda,

en

[de man],

wonende te [woonplaats 2],

hierna te noemen de man,

over de minderjarige:

[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2017 te [geboorteplaats].

1. Het procesverloop

Dit blijkt uit de volgende stukken:

- het op 28 september 2025 ontvangen verzoekschrift van de vrouw, met bijlagen;

- het F5-formulier van mr. Goedkoop van 4 februari 2026;

- de brief en e-mail van de griffier van deze rechtbank van 5 februari 2026 aan de man.

2 De verzoeken en de beoordeling

2.1.

De vrouw verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad:

te bepalen dat [minderjarige], geboren op [geboortedag] 2017 te [geboorteplaats],

per 20 juli 2025 haar hoofdverblijf heeft bij de vrouw en om aan de vrouw

vervangende toestemming te verlenen voor inschrijving in de basisregistratie

personen van genoemde minderjarige op haar adres, althans om een zodanige

voorziening te treffen als uw rechtbank in het belang van de minderjarige passend

acht.

2.2.

Bij voormeld formulier van 4 februari 2026 heeft mr. Goedkoop namens de vrouw aangegeven dat de minderjarige onlangs is ingeschreven in de gemeente Oosterhout op het adres van verzoekster. Hiermee is het belang voor verzoekster aan een beslissing van de rechtbank ontvallen, zodat zij haar verzoek intrekt.

2.3.

Bij brief van 5 februari 2026 heeft de man de gelegenheid gekregen om binnen een week te reageren op voormeld bericht van mr. Goedkoop. De rechtbank heeft hier geen reactie op gekregen.

2.4.

Gelet op voornoemde intrekking zal de rechtbank het verzoek van de vrouw afwijzen, nu aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek niet zal worden toegekomen en daarbij haar belang, bij toewijzing, aan haar verzoek is komen te ontvallen.

2.5.

Omdat partijen een relatie met elkaar hebben gehad en de zaak over hun kind gaat, zullen de proceskosten worden gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij zijn eigen kosten moet dragen.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

wijst af het verzoek van de vrouw;

3.2.

compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. Haerkens-Wouters, kinderrechter, en in tegenwoordigheid van Van Beijsterveldt, griffier, in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.