Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 maart 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:2819Zaaknummer C/02/431807 / FA RK 25-724
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 10 maart 2026
- Publicatiedatum
- 20 april 2026
- Zaaknummer
- C/02/431807 / FA RK 25-724
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
ES, verstek, ipr
De rechtbank:
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op 6 december 2023 in [plaats];
stelt vast dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedag] 2024 in [geboorteplaats], haar hoofdverblijfplaats bij de vrouw heeft;
bepaalt dat de man vanaf de datum van deze beschikking een bedrag van € 350,-- per maand aan kinderalimentatie moet betalen aan de vrouw, vanaf nu steeds vóór de eerste van de maand;
verklaart deze beschikking, met uitzondering van de beslissing over de echtscheiding, uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr Hendriks, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr Knops-Pijper, griffier op 10 maart 2026.
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
Zaaknummer: C/02/431807 / FA RK 25-724
Datum uitspraak: 10 maart 2026
Beschikking echtscheiding
in de zaak van
[de vrouw],
hierna te noemen de vrouw,
wonend op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. S.X. Scholten uit Vlissingen,
tegen
[de man],
hierna te noemen de man,
wonend in [plaats] aan [adres].
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift tot echtscheiding van de vrouw, ontvangen op 10 februari 2025;
- het betekeningsexploot van 24 februari 2025;
- de brief van de vrouw van 8 april 2025.
Op 25 augustus 2025 is de zaak behandeld op een zogeheten ‘regiezitting’ in verband met het ontbreken van een ouderschapsplan. Daarbij waren aanwezig de vrouw en haar advocaat. De man is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Tijdens deze zitting is ook gesproken over de vraag of de deurwaarder het echtscheidingsverzoek goed aan de man heeft betekend en heeft de vrouw een nieuwe termijn gekregen voor het laten betekenen van een herstelexploot.
Na de regiezitting heeft de rechtbank nog de volgende stukken ontvangen:
- de brief van de vrouw van 26 augustus 2025;
- het betekeningsexploot van 28 augustus 2025;
- de brief van de vrouw van 9 december 2025.
De man heeft geen verweerschrift ingediend binnen de termijn die daarvoor staat.
2 De feiten
Partijen zijn met elkaar gehuwd op 6 december 2023 in [plaats].
De vrouw heeft de Surinaamse nationaliteit en de man heeft de Nederlandse nationaliteit.
Het minderjarige kind van partijen is [minderjarige], geboren op [geboortedag] 2024 in [geboorteplaats].
3 Het verzoek
De vrouw verzoekt de rechtbank om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;- het hoofdverblijf van [minderjarige] bij haar te bepalen;
- te bepalen dat de man aan de vrouw maandelijks een bijdrage dient te betalen van € 350,-- als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding (hierna: kinderalimentatie) van [minderjarige].
4 De beoordeling
Omdat partijen ieder een andere nationaliteit hebben, heeft de onderhavige zaak een internationaal karakter. De rechtbank moet daarom telkens eerst beoordelen of de Nederlandse rechter bevoegd is om over de verzoeken van de vrouw te beslissen en zo ja, welk recht daarop van toepassing is.
Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter is bevoegd om over het verzoek tot echtscheiding te beslissen, omdat beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben. Dit volgt uit artikel 3 onder a sub i van de EU-verordening 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019 (Brussel II-ter).
Op het echtscheidingsverzoek zal de rechtbank, op grond van artikel 10:56 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW), Nederlands recht toepassen.
Het ouderschapsplan (ontvankelijkheid)
De rechtbank stelt vast dat een ouderschapsplan ontbreekt. In de wet staat dat ouders pas een verzoek tot echtscheiding kunnen doen, als zij een ouderschapsplan hebben gemaakt waarin zij afspraken hebben gemaakt over hun kinderen. In dat ouderschapsplan moeten in ieder geval afspraken zijn opgenomen over de manier waarop zij de zorg over hun kinderen zullen verdelen, hoe zij elkaar over hun kinderen zullen informeren en hoe zij de kosten zullen delen.
Hoewel in dit geval een ouderschapsplan ontbreekt, zal de rechtbank het verzoek tot echtscheiding van de vrouw toch inhoudelijk behandelen. De rechtbank verwacht namelijk niet dat partijen zelf nog tot afspraken over [minderjarige] komen. Uit de brief van de vrouw van 8 april 2025 en uit haar toelichting ter zitting blijkt namelijk dat er sinds de vrouw in november 2024 met [minderjarige] uit de woning in [plaats] is vertrokken er tussen partijen geen enkel contact meer is. De vrouw heeft nog wel geprobeerd per mail en via Whatsapp contact met de man te onderhouden, maar hij reageert nergens op. Ook op het voorstel dat de advocaat van de vrouw aan de man heeft gedaan voor een ouderschapsplan is geen enkele reactie gekomen. De rechtbank verlangt daarom niet van de vrouw dat zij een ouderschapsplan overlegt.
Inhoudelijk
De rechtbank spreekt de echtscheiding tussen partijen uit. De vrouw verzoekt dit en stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Dat betekent dat partijen niet samen verder kunnen als echtgenoten. De man voert geen verweer.
Hoofdverblijfplaats
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd te beslissen op het verzoek over het hoofdverblijf (artikel 7, eerste lid, Verordening Brussel II-ter). De rechtbank zal Nederlands recht toepassen.
De vrouw verzoekt de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij haar te bepalen. De man voert geen verweer. De rechtbank wijst dit verzoek toe. Uit het verzoekschrift en de regiezitting volgt niet dat het belang van [minderjarige] zich verzet tegen deze beslissing.
Kinderalimentatie
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij op grond van artikel 3 sub c van de Alimentatieverordening (nr. 4/2009 Raad van 18 december 2008) tevens rechtsmacht met betrekking tot het verzoek tot vaststelling van een kinderbijdrage. De rechtbank zal Nederlands recht toepassen, omdat [minderjarige] haar verblijfplaats in Nederland heeft (artikel 3 van het Protocol van 23 november 2007).
De vrouw verzoekt vast te stellen dat de man een bedrag van € 350,-- per maand aan kinderalimentatie aan haar betaalt. De man voert geen verweer. De rechtbank wijst het verzoek toe. Uit het verzoekschrift volgt niet dat dit onredelijk is.
De rechtbank bepaalt dat de man de kinderalimentatie vanaf de datum van deze beschikking moet betalen.
De man moet de kinderalimentatie steeds vóór de eerste dag van de maand betalen. De vrouw heeft de kinderalimentatie vanaf het begin van de maand nodig om de kosten van het kind in die maand te kunnen betalen.Uitvoerbaar bij voorraad
De vrouw verzoekt de rechtbank de beschikking, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat deze blijft gelden, ook als iemand het er niet mee eens is en in hoger beroep gaat. De rechtbank verklaart de beslissing, behalve voor de echtscheiding, uitvoerbaar bij voorraad. De echtscheiding kan de rechtbank niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het huwelijk pas eindigt op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
5 De beslissing
De rechtbank:
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op 6 december 2023 in [plaats];
stelt vast dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedag] 2024 in [geboorteplaats], haar hoofdverblijfplaats bij de vrouw heeft;
bepaalt dat de man vanaf de datum van deze beschikking een bedrag van € 350,-- per maand aan kinderalimentatie moet betalen aan de vrouw, vanaf nu steeds vóór de eerste van de maand;
verklaart deze beschikking, met uitzondering van de beslissing over de echtscheiding, uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr Hendriks, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr Knops-Pijper, griffier op 10 maart 2026.
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.