Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 maart 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:2685Zaaknummer C-02-440064 - FA RK 25-4867 - C-02-445176 - FA RK 26-867

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
C-02-440064 - FA RK 25-4867 - C-02-445176 - FA RK 26-867
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking over echtscheiding met nevenvoorzieningen

De rechtbank

4.1.

spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 2011 in Roosendaal, met elkaar getrouwd;

4.2.

bepaalt dat de onderlinge regelingen uit het als bijlage toegevoegde echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking en beveelt partijen om de verplichtingen uit het echtscheidingsconvenant na te komen;

4.3.

compenseert de kosten van deze procedure, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. Benjaddi, rechter, en, in tegenwoordigheid van

mr. Hurkmans, griffier, in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 2 De feiten
  2. 3 De beoordeling
  3. 4 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Breda

Zaaknummers: C/02/440064 / FA RK 25-4867 (echtscheiding)

C/02/445176 / FA RK 26-867 (verdeling)

datum uitspraak: 3 maart 2026

beschikking over echtscheiding met nevenvoorzieningen

in de zaak van

[de vrouw],

wonende in [woonplaats],

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. L.A.P. van Haperen,

en

[de man],

wonende in [woonplaats],

hierna te noemen de man,

advocaat mr. M.P.J. Brouwers.

1. Het procesverloop

1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:

- het op 16 september 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen van de vrouw;

- het op 28 november 2025 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek van de man;

- het op 19 januari 2026 ontvangen verweerschrift op zelfstandig verzoek van de vrouw;

- de brief van mr. Van Haperen van 29 januari 2026 met als bijlage een door partijen ondertekend echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan;

- de brief van mr. Brouwers van 12 februari 2026.

1.2. De minderjarige [minderjarige 1] is gelet op zijn leeftijd uitgenodigd om aan de kinderrechter

te vertellen in een gesprek of in een brief wat hij belangrijk vindt en wat zijn wensen en behoeften zijn. Van deze uitnodiging heeft [minderjarige 1] geen gebruik gemaakt.

2 De feiten

Zoals blijkt uit de stellingen en ingediende stukken staat tussen partijen het volgende vast:

- zij zijn op [datum] 2011 in de gemeente Roosendaal met elkaar getrouwd in algehele gemeenschap van goederen;

- tijdens hun huwelijk zijn de volgende, nu nog minderjarige kinderen geboren:

1. [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2013 in [geboorteplaats 1];

2. [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2019 in [geboorteplaats 2];

- partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.

3 De beoordeling

3.1.

Uit de ingekomen stukken volgt dat partijen volledige overeenstemming hebben

bereikt over de gevolgen van hun echtscheiding. De gemaakte afspraken zijn neergelegd in

het door hen ondertekende echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan. Onder de gegeven omstandigheden heeft de vrouw haar verzoeken ingetrokken of aangevuld. Zij verzoekt nu:

- echtscheiding;

- bepaling dat de regelingen zoals opgenomen in het door partijen ondertekende echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking.

De vrouw verzoekt de procedure schriftelijk af te doen.

3.2.

Namens de man is op 12 februari 2026 bevestigd dat partijen overeenstemming hebben bereikt. De afspraken zijn opgenomen in het door partijen ondertekende echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan. De man handhaaft zijn verzoek om te bepalen dat de regelingen zoals opgenomen in het door partijen ondertekende echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking en partijen te veroordelen om met elkaar tot verdeling van de huwelijksgemeenschap over te gaan conform de afspraken in het echtscheidingsconvenant. Ook de man verzoekt de procedure schriftelijk af te doen.

Echtscheiding

3.3.

De vrouw verzoekt de echtscheiding tussen partijen uit te spreken en stelt dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. De man voert geen verweer tegen dit verzoek.

3.4.

De rechtbank overweegt dat de gestelde duurzame ontwrichting van het huwelijk niet is betwist en daarmee in rechte vast staat. Gelet daarop wijst de rechtbank de verzoeken tot echtscheiding als op de wet gegrond en onweersproken toe.

Aanhechten echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan

3.5.

Verder verzoeken beide partijen om aanhechting van het echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan aan de beschikking. De man verzoekt daarnaast om partijen te veroordelen om over te gaan tot verdeling van de huwelijksgemeenschap conform de gemaakte afspraken. De vrouw heeft hiertegen geen bezwaren geuit.

3.6.

De rechtbank wijst de verzoeken als onweersproken en op de wet gegrond toe.

Proceskosten

3.7.

Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd. Dit houdt in dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4 De beslissing

De rechtbank

4.1.

spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 2011 in Roosendaal, met elkaar getrouwd;

4.2.

bepaalt dat de onderlinge regelingen uit het als bijlage toegevoegde echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking en beveelt partijen om de verplichtingen uit het echtscheidingsconvenant na te komen;

4.3.

compenseert de kosten van deze procedure, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. Benjaddi, rechter, en, in tegenwoordigheid van

mr. Hurkmans, griffier, in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.