Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 maart 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:2603Zaaknummer C/02/445190 / FA RK 26-875

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
C/02/445190 / FA RK 26-875
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wzd-machtiging tot opname en verbiljf

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1935 in [geboorteplaats];

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 september 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2026 door mr. De Kroon, rechter, in aanwezigheid van Van Dongen, griffier en op schrift gesteld op 12 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De standpunten
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/445190 / FA RK 26-875

Datum uitspraak: 5 maart 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1935 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats 1],

advocaat mr. V.C. Andeweg uit Breda.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 18 februari 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

- mevrouw [persoon], case-manager dementie [hulpverlening].

2 Het verzoek

2.1.

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3 De standpunten

3.1.

De betrokkene beaamt dat haar geheugen haar weleens in de steek laat, maar dat dat op haar leeftijd niet ongewoon is. Betrokkene is van mening dat zij in elk geval nog goed genoeg in staat is om voor zichzelf te zorgen. Daarbij wordt het in de stukken en ter zitting aangehaalde ernstig nadeel door betrokkene betwist. Betrokkene wil thuis blijven wonen. Betrokkene verklaart dat haar eerder een appartement is voorgesteld in [plaats 2]. Betrokkene zou toen op de derde verdieping moeten gaan wonen. Betrokkene wil dat niet.

3.2.

De case-manager beaamt dat betrokkene naar een appartement is geweest om te kijken of zij niet beter daar kon gaan wonen, maar dat de situatie daarna escaleerde en zij er niet langer voor openstond. Bij betrokkene is sprake van dementie. Geregeld belt zij onnodig met 112. Zo is bij betrokkene onlangs tweemaal de politie langsgekomen. Betrokkene gaf toen de ene keer aan dat haar auto zou zijn gestolen, terwijl zij deze sinds vorig jaar niet meer heeft. De andere keer gaf betrokkene bij de politie aan dat er geen voeding meer in huis zou zijn en haar koelkast leeg zou zijn. Ook belt betrokkene veelvuldig naar haar familie, zoals over dat haar auto gestolen zou zijn. Echter woont de familie wat uit de buurt, zodat zij ook niet altijd in staat zijn om betrokkene gerust te komen stellen. Onlangs is betrokkene bezocht door een specialist ouderenzorg. Deze constateerde bij betrokkene een wond op haar been die verzorging behoeft. Echter weigert betrokkene de dokter ernaar te laten kijken. Zowel de huishoudelijke hulp, de hulp van de thuiszorg als soms ook van haar familie wijst betrokkene af. De case-manager acht thans een opname van betrokkene noodzakelijk.

3.2.

De advocaat geeft aan dat betrokkene van mening is dat zij nog goed genoeg voor zichzelf kan zorgen, zodat een opname niet nodig is. De advocaat refereert zich ten aanzien van het verzoek aan het oordeel van de rechtbank.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

4.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Uit de stukken, in het bijzonder de medische verklaring, en het verhandelde ter zitting blijkt dat bij betrokkene sprake is van dementie. Het feit dat betrokkene haar aandoening ontkent, geeft de rechtbank echter geen reden om te twijfelen aan de in de medische verklaring gestelde diagnose.

4.3.

Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing.

De rechtbank neemt hierbij met name in aanmerking dat betrokkene niet langer in staat is tot de benodigde zelfzorg, waaronder persoonlijke hygiëne, voeding en medicatiegebruik. Betrokkene zou (te)veel afvallen in gewicht. Er bestaat bovendien het risico op valgevaar. Al een paar keer is betrokkene daadwerkelijk gevallen. Echter is betrokkene niet in staat om zelf te alarmeren en zij weigert een persoonlijke alarmbel. Een andere zorg is dat betrokkene soms brandende sigaretten op tafel laat liggen, waardoor er tevens brandgevaar bestaat.

4.4.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Zij wil niet opgenomen worden en wil thuis blijven wonen.

4.5.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben, nu betrokkene zowel de huishoudelijke hulp als de thuiszorg afwijst en het mantelzorgsysteem overbelast geraakt. Gelet op haar problematiek is betrokkene ook gebaat bij professionele 24-uurs zorg.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1935 in [geboorteplaats];

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 september 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2026 door mr. De Kroon, rechter, in aanwezigheid van Van Dongen, griffier en op schrift gesteld op 12 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.