Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 maart 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:2601Zaaknummer C/02/445673 / JE RK 26-365
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 5 maart 2026
- Publicatiedatum
- 10 april 2026
- Zaaknummer
- C/02/445673 / JE RK 26-365
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Rekestprocedure
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek spoedmachtiging uithuisplaatsing zonder voorafgaande horen belanghebbenden.
5 De beslissing
De kinderrechter:
wijst het verzoek van de GI om een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing onverwijld af te geven zonder voorafgaand verhoor van belanghebbenden af;
houdt de behandeling van het (reguliere) verzoek van de GI aan tot de zitting van [datum] 2026 om [uur], bij de kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan Stationslaan 10 in Breda;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die zitting voor de GI en de ouders (en hun advocaat);
bepaalt dat [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] apart worden uitgenodigd voor een kindgesprek;
behoudt zich iedere (verdere) beslissing voor.
| Deze beschikking is gegeven door mr. De Jong, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2026, in aanwezigheid van Dekkers als griffier. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445673 / JE RK 26-365
Datum uitspraak: 5 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2010 in [geboorteplaats 1],
hierna te noemen [minderjarige 1],
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2013 in [geboorteplaats 2],
hierna te noemen [minderjarige 2],
[minderjarige 3], geboren op [geboortedag 3] 2017 in [geboorteplaats 1],
hierna te noemen [minderjarige 3].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats],
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 5 maart 2026.
2 De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3].
[minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij hun ouders.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 augustus 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verlengd met ingang van
8 augustus 2025 tot 8 augustus 2026.
3 De verzoeken
De GI verzoekt een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van vier weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
De GI verzoekt aansluitend een (reguliere) machtiging te verlenen tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De GI verzoekt de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De beoordeling
Ingevolge artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid.
Op grond van artikel 800, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een beschikking betreffende een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing aanstonds, dus zonder het voor het horen van verzoeker en belanghebbenden tijdens een zitting, worden afgegeven, indien de zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige.
De kinderrechter is gelet op de inhoud van de stukken van oordeel dat er geen sprake is van feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk of ernstig gevaar voor [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] althans dat deze feiten of omstandigheden onvoldoende door de GI zijn onderbouwd in het verzoek van 5 maart 2026. Ondanks de structurele zorgen over de emotionele veiligheid van de kinderen en de omstandigheid dat de ouders volledig uit contact met zowel hulpverlening ([hulpverlening]) als de GI zijn, is uit de toelichting van de GI onvoldoende gebleken dat er op dit moment sprake is van een dusdanig acuut en ernstig gevaar voor [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] dat een zitting niet kan worden afgewacht. De enkele toelichting dat de ouders dusdanig hoog in de emotie zitten dat er een verhoogd risico is voor de kinderen op onveiligheid in de thuissituatie is onvoldoende zonder nadere onderbouwing.
Het verzoek van de GI, om de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing onverwijld af te geven zonder voorafgaand verhoor van belanghebbenden, zal daarom worden afgewezen. Wel ziet de kinderrechter, gelet op de naar voren gebrachte feiten en omstandigheden, aanleiding om het aansluitende verzoek van de GI tot het verlenen van een (reguliere) machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] met spoed te behandelen op de hierna te melden zitting.
Aan de ouders zal ambtshalve een advocaat worden toegevoegd. Dit in het kader van de pilot kosteloze rechtsbijstand UHP, op grond waarvan in zaken over (spoed)uithuisplaatsing van minderjarigen de ouder(s) bij wie het kind op dat moment feitelijk verblijft recht heeft/hebben op kosteloze rechtsbijstand van een (voorkeurs) advocaat.
[minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zullen apart worden uitgenodigd om hun mening te delen over het verzoek.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
5 De beslissing
De kinderrechter:
wijst het verzoek van de GI om een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing onverwijld af te geven zonder voorafgaand verhoor van belanghebbenden af;
houdt de behandeling van het (reguliere) verzoek van de GI aan tot de zitting van [datum] 2026 om [uur], bij de kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan Stationslaan 10 in Breda;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die zitting voor de GI en de ouders (en hun advocaat);
bepaalt dat [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] apart worden uitgenodigd voor een kindgesprek;
behoudt zich iedere (verdere) beslissing voor.
| Deze beschikking is gegeven door mr. De Jong, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2026, in aanwezigheid van Dekkers als griffier. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.