Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 maart 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:2516Zaaknummer 25/4100
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 30 maart 2026
- Publicatiedatum
- 21 april 2026
- Zaaknummer
- 25/4100
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
hoogte bijz bijstand
Beslissing
De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2026 door mr. R.J.H. van der Linden, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M.H. Meulensteen, griffier.
| griffier | rechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4100
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, het college.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de toekenning van de aanvraag van eiseres voor bijzondere bijstand voor een koelkast voor een bedrag van € 250,00.
Het college heeft met het besluit van 4 maart 2025 de bijzondere bijstand voor een kookplaat afgewezen, maar voor een koelkast wel een bedrag van € 250,00 toegekend.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de hoogte van het toegekende bedrag voor bijzondere bijstand voor de koelkast.
Met het bestreden besluit van 3 juli 2025 op het bezwaar van eiser is het college bij zijn besluit gebleven.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het college van 3 juli 2025 op 30 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en namens het college [gemachtigde].
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de rechtbank
2. Aan eiseres is bijzondere bijstand toegekend voor een bedrag van € 250,00 voor een koelkast. In deze zaak gaat het om de hoogte van het toegekende bedrag.
3. De gemeente Tilburg heeft beleid waarin staat dat voor de hoogte van het bedrag aan bijzondere bijstand aangesloten wordt bij de Nibud-norm. Uit dat beleid volgt ook dat het uitgangspunt is dat gekozen wordt voor een (tafelmodel) koelkast zonder vriesvak. Daar hoort een bedrag van € 250,- bij. Volgens vaste rechtspraak mag het college zich baseren op de Nibud-norm als richtsnoer waarmee de goedkoopste adequate oplossing getroffen kan worden. Het college mag dus bekijken wat de goedkoopste oplossing is, waarbij iemand toch geholpen is. Dat heeft het college hier gedaan. Vervolgens mag degene die vindt dat hij/zij recht heeft op meer, daar bewijs voor aandragen. Eiseres heeft dat geprobeerd. Zij stelt dat ze een grotere koelkast nodig heeft vanwege haar dieetvoeding en andere voedingsmiddelen die zij gebruikt om ondergewicht tegen te gaan en dat het bedrag van € 250,00 niet toereikend is. Het college heeft aangevoerd dat eiseres alleen woont en dat haar dieetvoeding niet allemaal tegelijkertijd in de koelkast opgeslagen hoeft te worden. Eiseres heeft dit bevestigd. Ter zitting heeft eiseres aangevoerd dat zij maar één keer in de twee weken boodschappen kan doen wegens medische redenen. Eiseres heeft in het dossier wel gesteld dat voeding belangrijk is om ondergewicht tegen te gaan, maar heeft niets gesteld over dat zij maar één keer in de twee weken boodschappen kan doen. Eiseres heeft dit ook niet met stukken nader onderbouwd. De beroepsgrond slaagt niet.
4. Eiseres heeft gesteld dat rekening gehouden moet worden met de witgoedregeling die zij is misgelopen. De rechtbank begrijpt dat het heel jammer voor eiseres is dat ze de witgoedregeling is misgelopen, aangezien zij in dat geval een koelkast had kunnen kopen voor € 550,00. Het college voert daarover aan dat het gaat om een andere regeling, er geen budget meer is en dat het geen gebruik maken ervan niet komt doordat eiseres verkeerd is voorgelicht door het college. De rechtbank stelt vast dat in de oorspronkelijke brief een einddatum stond, dus dat gewerkt werd met een einddatum was duidelijk. Eiseres was weliswaar naar eigen zeggen ziek, maar uiteindelijk heeft zij het wel op het laatste moment laten aankomen, waarna bleek dat de termijn alsnog was verstreken. Dat de beslissing uiteindelijk zodanig onevenredig uitpakt dat het college hier bij de toekenning van de bijzondere bijstand rekening mee had moeten houden, is niet het geval. Ook deze beroepsgrond van eiseres slaagt dus niet.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat er voor eiseres niets verandert. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
6. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Beslissing
De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2026 door mr. R.J.H. van der Linden, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M.H. Meulensteen, griffier.
| griffier | rechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.