Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 april 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:2480Zaaknummer 25/6296

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
25/6296
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

NTB | griffierecht | niet-ontvankelijk

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 2 april 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , uit [plaats] , eiser
  2. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg
  3. Inleiding
  4. Beoordeling door de rechtbank
  5. Beslissing
  6. Informatie over verzet

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 25/6296

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat het college volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek van 14 oktober 2025. Eiser heeft het college verzocht om alle relevante documenten en bewijsstukken die betrekking hebben op de door het college gestelde schuld als gevolg waarvan op zijn WW-uitkering een inkomensbeslag is gelegd.

1.1.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Toetsingskader

3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 194,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.

Heeft eiser het griffierecht niet tijdig betaald?

4. Eiser heeft een beroep dat gaat over het uitblijven van een beslissing ingediend. Een dergelijk beroep wordt door de rechtbank versneld behandeld wat maakt dat er kortere termijnen worden gesteld. De griffier heeft eiser bij aangetekend verzonden brief van 10 december 2025 in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van de brief. Uit het ontvangstbewijs van PostNL blijkt dat eiser de brief op 12 december 2025 heeft ontvangen.

5. Eiser heeft het griffierecht niet op tijd betaald.

Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?

6. Eiser heeft op 12 januari 2026 aangegeven het griffierecht op dat moment niet te kunnen voldoen. Hij heeft verzocht het griffierecht in februari te mogen voldoen. De rechtbank stelt vast dat het verzoek van eiser niet alleen is gedaan na het verstrijken van de betaaltermijn maar ook dat tot op heden het griffierecht niet betaald is. Er is geen verontschuldiging voor het verzuim dat het griffierecht niet betaald is.

6.1.

Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

6.2.

De rechtbank merkt ten overvloede op dat het college de door eiser verzochte documenten in het kader van de behandeling van zijn bezwaar tegen de (aan de) beslaglegging van 21 oktober 2025 (ten grondslag liggende herziening en terugvordering van een bijstandsuitkering) aan hem heeft verstrekt. Eiser is het om inhoudelijke redenen hiermee niet eens. Het college zal op dit bezwaar moeten beslissen. Tegen de beslissing die het college op dat bezwaar neemt, kan eiser vervolgens beroep instellen bij de rechtbank en inhoudelijke redenen aanvoeren tegen die beslissing.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 2 april 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.