Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 maart 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:2450Zaaknummer C/02/445462 / FA RK 26-1031

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
C/02/445462 / FA RK 26-1031
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

VCM

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6 staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 maart 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 16 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 Standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/445462 / FA RK 26-1031

Datum uitspraak: 2 maart 2026

Beschikking voortzetting crisismaatregel

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats 1],

thans verblijvende in [psychiatrisch ziekenhuis] te [plaats 2],

advocaat mr. W. van der Sande uit Goes.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 27 februari 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Van der Sande;
  • mevrouw [persoon 1], arts;
  • de heer [persoon 2], regiebehandelaar.

Tevens waren bij de zitting aanwezig, maar zijn niet gehoord:

  • [persoon 3], verpleegkundige;
  • de heer [persoon 4], vader van betrokkene;
  • mevrouw [persoon 5], zus van betrokkene.

2 Wat vaststaat

2.1.

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [psychiatrisch ziekenhuis]. De burgemeester van Goes heeft de crisismaatregel op 27 februari 2026 afgegeven.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4 Standpunten

4.1.

Betrokkene geeft tijdens de zitting aan zich goed te voelen. Betrokkene voelde zich voor de opname ook al goed en verklaart altijd zo te zijn geweest. De ex-partner van betrokkene heeft haar psychisch mishandeld en dit zit betrokkene erg hoog. Ook heeft deze ex-partner haar geslagen met een aansteker.

4.2.

De arts verklaart tijdens de zitting dat sprake is van een manisch psychotische ontregeling bij betrokkene. Medicatie is onder dwang toegediend waarna verbetering is te zien. Betrokkene is gevraagd om op vrijwillige basis te blijven maar dit wil zij niet. Behandeling en het instellen op medicatie is nodig en daarom is er om voortzetting van de crisismaatregel gevraagd.

4.3.

De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. Betrokkene ervaart dat zij tot rust is gekomen. Ook wil betrokkene graag hulp voor haar maatschappelijke problemen maar enkel in het ambulante kader. Hierdoor is er geen sprake meer van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige immateriële schade;

- ernstige financiële schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.3.

De rechtbank neemt hierbij in overweging dat er bij betrokkene sprake is van zorgwekkend gedrag. Betrokkene heeft wanen, ziet dingen die er niet zijn en heeft paranoïde gedachten. Ook was er sprake van agressie naar haar ex-partner en heeft betrokkene haar moeder stevig vastgepakt wat resulteerde in blauwe plekken.

5.4.

Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten disruptieve, impulsbeheersings en andere gedragsstoornissen, schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen, persoonlijkheidsstoornis en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. Bij betrokkene is sprake van een beeld passend bij een psychotische stoornis met affectieve component, gekenmerkt door paranoïde wanen, gedesorganiseerd denken en perioden van agressiviteit..

5.5.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

5.6.

De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

5.7.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

5.8.

Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Er is bij betrokkene geen sprake van ziektebesef of ziekte-inzicht.

5.9.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6 staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 maart 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 16 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.