Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 maart 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:2445Zaaknummer C/02/445089 / FA RK 26-820

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
C/02/445089 / FA RK 26-820
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

ZM na ZM

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1976 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7 staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 maart 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 16 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/445089 / FA RK 26-820

Datum uitspraak: 2 maart 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1976 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats 1],

thans verblijvende in [psychiatrische ziekenhuis] te [plaats 2],

advocaat mr. Ph. van Kampen uit Goes.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 februari 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Van Kampen;
  • de heer [persoon 1], sociaal psychiatrisch verpleegkundige en behandelaar;
  • mevrouw [persoon 2], begeleider BW.

2 Wat vaststaat

2.1.

Door de rechtbank is op 27 maart 2025 een zorgmachtiging verleend tot en met 27 maart 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat het redelijk met haar gaat. De BW is naar omstandigheden de beste oplossing maar in de toekomst wil betrokkene graag ergens naartoe waar zij zich veilig voelt. Betrokkene heeft namelijk het vermoeden gestalkt te worden omdat er dingen gebeuren die apart zijn. Verder is betrokkene het niet eens met de hoogte van de dosering van haar medicatie en kan zij zich niet vinden in de zorgen die er om haar zijn. Een zorgmachtiging is volgens betrokkene overbodig omdat zij de zorg die nodig is accepteert.

4.2.

De behandelaar verklaart tijdens de zitting dat het goed met betrokkene gaat binnen de structuren van de BW. Betrokkene neemt haar medicatie in maar betrokkene gaat bij elk contact in discussie over de hoogte van de dosering. De huidige dosering is zorgvuldig opgebouwd en met deze dosering worden de beste resultaten behaald. De behandelaar vreest dat betrokkene zal stoppen met de medicatie als er geen zorgmachtiging is. Dit is eerder gebeurd en betrokkene is toen gaan zwerven.

4.3.

De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. Betrokkene is al twee jaar in samenwerking. Het is daarom niet voorzienbaar dat ze de medewerking zal onthouden. Doordat er sprake is van samenwerking en behandeling dus vrijwillig kan worden voortgezet, dient het verzoek voor zorgmachtiging te worden afgewezen.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Bij betrokkene is sprake van chronische schizofrenie en psychosociale problemen.

5.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige materiële schade;

- ernstige immateriële schade;

- ernstige financiële schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.

5.4.

De rechtbank neemt hierbij in overweging dat er bij betrokkene sprake is van zelfverwaarlozing en vervuiling van haar kamer. Ook veroorzaakt betrokkene overlast voor medebewoners en begeleiders door ’s nachts te schreeuwen en is er sprake van storend gedrag.

5.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

5.6.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Bij betrokkene is geen sprake van ziektebesef of ziekte-inzicht. Ook staat betrokkene bekend als zorgmijder. Daarom is verplichte zorg nodig, ondanks dat betrokkene de zorg nu accepteert. Door de behandelaar is voldoende gemotiveerd dat de samenwerking er is vanwege het verplichte kader en betrokkene om die reden haar medicatie, telkens na discussie over de hoogte van de dosis, accepteert.

5.7.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

5.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1976 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7 staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 maart 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 16 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.