Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26 februari 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:2311Zaaknummer C/02/444860 / FA RK 26-684

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444860 / FA RK 26-684
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Opvolgende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden. Er is onvoldoende vertrouwen in zorg op vrijwillige basis.

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen zoals genoemd onder 5.7 kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 februari 2027;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026 door mr Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 16 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/444860 / FA RK 26-684

Datum uitspraak: 26 februari 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats],

advocaat mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 9 februari 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, telefonisch aanwezig, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de heer [naam], casemanager.

2 Wat vaststaat

2.1.

De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 10 maart 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene zegt dat hij een zorgmachtiging niet nodig vindt. Het gaat goed met hem. Betrokkene zegt dat hij van zijn grootste problemen af is, want hij heeft inmiddels een eigen woning. Betrokkene vindt dat hij nu geen medicatie nodig heeft, omdat hij geen werk en stress heeft. Als het toch wel moet, neemt betrokkene de medicatie. Betrokkene wil in de toekomst wel graag afbouwen met medicatie en overstappen op tabletten in plaats van depotmedicatie.

4.2.

De casemanager zegt dat betrokkene blijvend medicatie nodig heeft en dat ze daarin van mening verschillen met betrokkene. De casemanager zegt dat het beter gaat met betrokkene het afgelopen jaar. Hij is vrijwillig opgenomen geweest en goed in de samenwerking met de GGZ. Inmiddels is betrokkene al drie maanden clean van coke en heeft hij, na het verliezen van zijn woning, nu weer een eigen plek om te wonen. De casemanager vindt dat een zorgmachtiging nodig is. Het gaat nu goed met betrokkene, maar dit is nog pril. Ook heeft betrokkene nog altijd last van stemmen. De casemanager verwacht dat betrokkene zorg gaat mijden en agressief wordt als hij zijn medicatie niet meer inneemt.

4.3.

De advocaat verzoekt afwijzing van het verzoek. Betrokkene wil geen zorgmachtiging. Hij wil vrijwillig meewerken en is goed in contact met GGZ. Wanneer de rechtbank het verzoek toch toewijst vindt de advocaat dat enkel moet worden toegewezen het toedienen van medicatie en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, zonder het gebruik van communicatiemiddelen, als vormen van verplichte zorg.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting naar voren is gebracht is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een schizofreniespectrumstoornis, een stoornis in het gebruik van cannabis, alcohol en inhalantium en een huisvestings- en economisch probleem.

5.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang, ernstige verstoorde ontwikkeling en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.4.

De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene tijdens een psychotische decompensatie vanuit zijn paranoïde belevingen verbaal en fysiek agressief is. Dit is met name gericht naar de woonbegeleiding, maar ook naar materiaal en omstanders. Hij is dan dreigend en oninvoelbaar aanwezig op het [woonvorm]. Betrokkene wordt bij decompensatie zodanig in beslag genomen door zijn belevingen, dat hij niet in staat is om deel te nemen aan het sociaal-maatschappelijk leven en valt hij terug in middelengebruik.

5.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

5.6.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft een ambivalente houding als het gaat om het innemen van medicatie. Betrokkene zegt enerzijds dat hij zijn medicatie blijft innemen, maar anderzijds dat hij het op dit moment niet nodig heeft en het in de toekomst graag af wil bouwen. Betrokkene is op dit moment goed in samenwerking met de GGZ, maar de huidige situatie is pril. De casemanager verwacht dat betrokkene niet vrijwillig meewerkt zonder zorgmachtiging. De rechtbank heeft onvoldoende vertrouwen in zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig.

5.7.

De verzochte vormen van verplichte zorg zijn tijdens de mondelinge behandeling besproken. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

  • het toedienen van medicatie;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende periodiek contact houden met het ambulant team.

De overige verzochte vormen van verplichte zorg wijst de rechtbank af.

5.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5.9.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen zoals genoemd onder 5.7 kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 februari 2027;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026 door mr Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 16 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.