Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 februari 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:2288Zaaknummer 11941947 CV EXPL 25-3811 (E)
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 18 februari 2026
- Publicatiedatum
- 31 maart 2026
- Zaaknummer
- 11941947 CV EXPL 25-3811 (E)
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Bodemzaak
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vonnis gewezen nadat gedaagde partij niet heeft geantwoord na verkregen uitstel.
2 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering toe zoals deze is gevorderd in de dagvaarding, met uitzondering zoals hiervoor is overwogen;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten van € 590,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de gedaagde partij niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen;
veroordeelt gedaagde in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Swaanen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier
Volledige tekst
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Middelburg
zaak/rolnr.: 11941947 CV EXPL 25-3811
vonnis d.d. 18 februari 2026
inzake
[eiser]
tegen
[gedaagde] B.V.
1 Het verloop van de zaak en de beoordeling
De vordering van de eisende partij blijkt uit de dagvaarding, waarvan een afschrift aan dit vonnis is gehecht.
Nadat de gedaagde partij in rechte was verschenen, is aan gedaagde partij desgevraagd uitstel verleend om op de dagvaarding te antwoorden. Op de daartoe bepaalde zittingsdatum is echter geen conclusie van antwoord genomen.
De niet weersproken vordering van de eisende partij zal worden toegewezen, met veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten.
De proceskosten aan de kant van de eisende partij worden begroot op:
- dagvaarding € 148,04
- griffierecht € 226,00
- salaris gemachtigde € 144,00
- nakosten € 72,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 590,04
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
2 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering toe zoals deze is gevorderd in de dagvaarding, met uitzondering zoals hiervoor is overwogen;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten van € 590,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de gedaagde partij niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen;
veroordeelt gedaagde in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Swaanen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.