Uitspraak · Belastingrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27 maart 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:2271Zaaknummer BRE 25/4187

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
1 april 2026
Zaaknummer
BRE 25/4187
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

BRE 25/4187 tot en met BRE 25/4191; 8:54; beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Het had op de weg gelegen eerder een beroepschrift in te dienen, omdat in de uitspraak op bezwaar ook een rechtsmiddelenverwijzing is opgenomen. Dat belanghebbende kennelijk maandenlang heeft gewacht totdat het Nederlandse consulaat belanghebbende heeft doorverwezen naar de rechtbank kan daarom niet leiden tot een verschoonbare termijnoverschrijding. Uit de stelling dat belanghebbende aangeeft psychische medicatie nodig te hebben, volgt niet dat belanghebbende gedurende de beroepstermijn niet in staat is geweest om beroep in te stellen.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van

R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 27 maart 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [belanghebbende] , uit [plaats] (Spanje), belanghebbende
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Informatie over verzet

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht

zaaknummers: BRE 25/4187 tot en met BRE 25/4191

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] (Spanje), belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende tegen de bestreden uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 6 november 2024. De beroepen zien op de inhouding van loonheffingen door het UWV onder loonbelastingnummer [nummer] voor de jaren 2019 tot en met 2023.

1.1.

Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn omdat het te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Toetsingskader

3. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken.[_e38f4e5f-eec6-4d19-ae5e-46fcd20ec60f] Deze termijn begint op de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar.[_c72cd03b-c3a3-4b33-995a-cf377c1cf942] Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop de uitspraak op bezwaar is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending. Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen.[_a54b5687-82d5-4a18-95db-04524e70d552] Wanneer het beroepschrift (aangetekend of niet-aangetekend) met de gewone post[_30f315ca-b495-45ca-aa84-c0d6efb6b8e2] wordt verstuurd, is het bij ontvangst na het einde van de termijn onder voorwaarden ook tijdig ingediend.[_69d2b610-562e-4d7e-bb34-11a0b73f013a] Die voorwaarden zijn dat het beroepschrift voor het einde van de termijn op de post is gedaan én het niet later dan een week na afloop van de termijn bij de rechtbank is ontvangen. Als op de envelop een leesbaar poststempel is geplaatst, neemt de rechtbank in beginsel aan dat het beroepschrift op die dag op de post is gedaan.

3.1.

Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.[_97fdc23a-ea23-4492-bdab-70ba96bec91c]

Is het beroep te laat ingediend?

4. Vast staat dat de dagtekening van de uitspraken op bezwaar 6 november 2024 zijn. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending ervan later dan die datum heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde dus op 18 december 2024.

4.1.

Belanghebbende heeft het beroepschrift per post verstuurd. Gelet op het poststempel gaat de rechtbank ervan uit dat het beroep op 11 augustus 2025 op de post is gedaan. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat het eerder op de post is gedaan. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.

Is het te laat indienen verontschuldigbaar?

5. Belanghebbende heeft hiervoor de volgende reden gegeven. Belanghebbende stelt dat de beroepen pas later zijn ingesteld door onduidelijkheid in de situatie. Volgens belanghebbende werd de ziekte-uitkering stopgezet. Na het bericht over het stopzetten van de ziekte-uitkering werd belanghebbende na maanden van onduidelijkheid door verwezen naar de rechtbank. Daarnaast voert belanghebbende aan dat hij voor 45% invalide is en psychische medicatie gebruikt.

6. De rechtbank begrijpt dat het voor iemand die niet in Nederland woont soms lastig is om duidelijkheid te krijgen over de te volgen procedurevoorschriften. De rechtbank oordeelt echter wel dat het in dit geval op de weg van belanghebbende had gelegen om eerder een beroepschrift in te dienen. Er werd namelijk in de rechtsmiddelenverwijzing in de uitspraken op bezwaar precies beschreven hoe en binnen welke termijn hij beroep moest instellen. Belanghebbende had daarom kunnen weten tot wie hij zich moest wenden. Dat hij kennelijk maandenlang heeft gewacht totdat medewerkers van het Nederlandse consulaat in Madrid hem doorverwezen naar de rechtbank, kan er daarom niet toe leiden dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Uit de stelling dat belanghebbende psychische medicatie gebruikt, volgt ook niet dat sprake is van een situatie waarin belanghebbende niet in staat was om eerder een beroepschrift in te dienen. Er is geen sprake van een geringe verwijtbaarheid of een niet aan belanghebbende toe te rekenen omstandigheid.

Conclusie en gevolgen

7. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen niet inhoudelijk beoordeelt en dat de bestreden besluiten in stand blijven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van

R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 27 maart 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.