Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 februari 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:2107Zaaknummer C/02/445006 / FA RK 26-771

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
C/02/445006 / FA RK 26-771
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

ZM na ZM. Geen opname als mogelijkheid opgenomen in ZM

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7 staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 februari 2027;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 6 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/445006 / FA RK 26-771

Datum uitspraak: 20 februari 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [woonplaats],

advocaat mr. M. Kalle uit Middelburg.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 12 februari 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

  • de heer [persoon 1], behandelaar;
  • mevrouw [persoon 2], senior begeleidster;
  • de heer [persoon 3], vader en curator van betrokkene.

2 Wat vaststaat

2.1.

De rechtbank heeft op 28 augustus 2025 een zorgmachtiging verleend tot en met 28 februari 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat het goed met hem gaat en hij het naar zijn zin heeft bij [accommodatie 1]. Betrokkene verklaart dat het voor hem erg belangrijk is dat hij in de BW kan blijven wonen. Als hij zou moeten worden opgenomen in de toekomst, wil hij niet naar [accommodatie 2].

4.2.

De behandelaar verklaart dat het goed gaat met betrokkene maar dit nog pril is. Betrokkene heeft last van paranoïde wanen waardoor hij angstig en geagiteerd kan worden. Het is de bedoeling dat betrokkene in de BW kan blijven wonen maar een zorgmachtiging is nodig om dat te realiseren. Hij kan zich vinden in het verzoek van de advocaat.

4.3.

De curator van betrokkene geeft aan dat het belangrijk is dat de zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden wordt toegewezen.

4.4.

De advocaat van betrokkene verzoekt om ‘beperken van de bewegingsvrijheid’, ‘opnemen in een accommodatie’ en ‘waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’ als vormen van verplichte zorg af te wijzen. Het geeft betrokkene rust als deze vormen van verplichte zorg niet zijn opgenomen in de zorgmachtiging. Daarnaast is een opname niet voorzienbaar omdat betrokkene is ingesteld op de medicatie. Indien een opname wel nodig is, kan er altijd een aanvullend verzoek worden ingediend.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Bij betrokkene is sprake van schizofrenie en autismespectrumstoornis.

5.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.4.

De rechtbank neemt hierbij in overweging dat er sprake is van slechte zelfzorg bij betrokkene die verslechterd in een psychose. Dit uit zich in niet eten en drinken en vervuild raken. Ook durft betrokkene vanuit angst als gevolg van paranoïde wanen niet naar de tandarts ondanks kiespijn en een dikke wang. Daarnaast is er sprake van verbale en fysieke agressie naar anderen waardoor het gevaar ontstaat dat betrokkene zijn woonplek bij de BW kwijt zal raken.

5.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

5.6.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Er is bij betrokkene geen sprake van ziekte-inzicht. Daarom is verplichte zorg nodig.

5.7.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.

5.8.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

5.9.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7 staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 februari 2027;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 6 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.