Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 februari 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:2106Zaaknummer C/02/445119 / FA RK 26-834

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
C/02/445119 / FA RK 26-834
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voortzetting IBS

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1951 in [geboorteplaats];

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 april 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 6 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/445119 / FA RK 26-834

Datum uitspraak: 20 februari 2026

Beschikking voortzetting inbewaringstelling

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1951 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats 1],

thans verblijvende in [accommodatie] te [plaats 2],

advocaat mr. M. Kalle uit Middelburg.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 17 februari 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. Kalle;
  • [persoon], arts.

2 Wat vaststaat

2.1.

Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in [accommodatie] te [plaats 3]. De burgemeester van Goes heeft de inbewaringstelling op 16 februari 2026 afgegeven.

3 Het verzoek

3.1.

Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat hij de zorgen om hem niet begrijpt. Betrokkene snapt dat sommige mensen extra hulp nodig hebben maar dat geldt niet voor hem. Verder is het voor betrokkene erg belangrijk dat hij zijn kinderen en kleinkinderen kan zien.

4.2.

De arts benoemt tijdens de zitting dat betrokkene gekend is met dementie. Betrokkene heeft hulp nodig bij de algemene dagelijkse levensbehoeften. Ook is betrokkene verward in plaats en tijd. Hij kan soms boos zijn en heeft het over de politie. Betrokkene heeft 24-uurszorg nodig waardoor naar huis gaan gevaarlijk is voor betrokkene.

4.3.

De advocaat verzoekt namens betrokkene afwijzing van het verzoek. Betrokkene wil graag naar huis en op zichzelf zijn. Ook herkent betrokkene zichzelf niet in de diagnose en het ernstig nadeel.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige materiële schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.3.

De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene niet meer voor zichzelf kan zorgen en hulp nodig heeft bij de algemene dagelijkse levensbehoeften. Ook is betrokkene verward in tijd en plaats en agressief.

5.4.

Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk vasculaire dementie.

5.5.

Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht.

5.6.

Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen.

5.7.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1951 in [geboorteplaats];

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 april 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 6 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.