Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 februari 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:2009Zaaknummer C/02/444548 / FA RK 26-514

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444548 / FA RK 26-514
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Rechterlijke machtiging Wzd

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1930 in [geboorteplaats];

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 17 augustus 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van mr. Wallerbos, griffier en op schrift gesteld op 3 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De standpunten
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/444548 / FA RK 26-514

Datum uitspraak: 17 februari 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1930 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: betrokkene,

wonend in [plaats 1],

advocaat: mr. A.W.M. van de Wouw uit Galder.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

In het procesdossier zit het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 29 januari 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 februari 2026 in de woning van betrokkene. Bij die zitting zijn verschenen en gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door mr. Van de Wouw;
  • mevrouw [naam 1], dochter;
  • mevrouw [naam 2], dochter;
  • mevrouw [naam 3], dochter;
  • mevrouw [casemanager], casemanager dementie vanuit [thuiszorg].

2 Het verzoek

2.1.

Het CIZ verzoekt de rechtbank om voor betrokkene een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3 De standpunten

3.1.

De casemanager heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Betrokkene is niet meer in staat om de algemene dagelijkse levensverrichtingen zelfstandig te doen. Vanuit de Wlz is er bemoeizorg ingezet, maar betrokkene laat geen zorg en begeleiding toe. Betrokkene laat de thuiszorg weliswaar binnen, maar hij staat hen niet toe om hem te helpen bij zijn zelfzorg of bij het wassen van zijn kleren. Ook weigert hij om medicatie in te nemen. De thuisverplegingsmedewerker voor de wondzorg wordt ook niet altijd binnengelaten, terwijl hij wondjes en Oedeem op zijn handen heeft. Bovendien trekt betrokkene de verbanden soms los. De casemanager stelt dat in de thuissituatie inmiddels alles is geprobeerd. De mogelijkheden om betrokkene met ambulante hulpverlening thuis te laten wonen, zijn uitgeput. In de thuissituatie dreigt betrokkene dan ook steeds verder te verwaarlozen en te vereenzamen. In de accommodatie kan betrokkene wel de nodige zorg en begeleiding worden geboden. Betrokkene zal bij voorkeur in een accommodatie in [plaats 1] worden geplaatst. Als daar binnen een dag geen plek beschikbaar is voor hem, dan zal hij in een accommodatie in [plaats 2] worden geplaatst.

3.2.

De dochters hebben, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. De huisarts heeft betrokkene in het verleden gediagnostiseerd met dementie. Volgens de dochters komt betrokkene niet meer boven om te douchen. Daarnaast heeft hij voeding en hulp bij zijn zelfzorg en in het huishouden nodig. De dochters vrezen, als betrokkene thuis blijft wonen, dat zij hem een keer onderaan de trap zullen aantreffen.

3.3.

Betrokkene heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Betrokkene erkent dat hij niet in staat is om zelf te zorgen voor een warme maaltijd. Hij kan ook niet meer zelfstandig douchen. Ook slaapt hij niet meer boven. Naar eigen zeggen hangt hij beneden wat rond. Overigens acht hij zichzelf wel in staat om nog zelfstandig boven te komen. Betrokkene realiseert zich nu dat hij hulp nodig heeft. Hij betwist dat hij kampt met verwardheid en vergeetachtigheid. Verder heeft hij geen behoefte om met mensen te praten die hij niet kent. Hij is liever op zichzelf.

3.4.

De advocaat heeft, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd. Dat betrokkene lijdt aan dementie wordt niet betwist. Nu betrokkene inziet dat hij zorg en begeleiding nodig heeft, heeft de advocaat, namens betrokkene, gepleit om het verzoek af te wijzen.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

4.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene is namelijk in het verleden door de huisarts gediagnostiseerd met dementie. Dat betrokkene lijdt aan dementie is door en namens betrokkene niet betwist.

4.3.

Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.

4.4.

De rechtbank overweegt in dat verband als volgt. Onder invloed van dementie kampt betrokkene met geheugenstoornissen en mogelijk met wanen. Betrokkene is niet meer in staat om de algemene dagelijkse levensverrichtingen (zoals het regelen en klaarmaken van eten en drinken, de zelfzorg en het huishouden) zelfstandig te doen. Bovendien heeft betrokkene Oedeem en onverzorgde wonden. Doordat betrokkene geen verzorging en begeleiding toelaat vanuit de thuiszorg en de wondzorg, raakt betrokkene steeds verder vervuild en bestaat het risico op infecties. Hoewel een van zijn dochters voorziet in eten en drinken voor betrokkene, gooit betrokkene het meeste hiervan weg. Ook kan hij zich soms onvoorspelbaar en agressief gedragen richting onder meer zijn dochters en de zorgmedewerkers.

4.5.

Gebleken is dat betrokkene hulp en begeleiding nodig heeft bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen en dat er in dat verband meerdere hulp- en zorgverleners betrokken zijn, maar dat betrokkene hen niet toestaat om daadwerkelijk hulp en zorg te verlenen. Dit heeft ertoe geleid dat de mogelijkheden voor het inzetten van hulp en begeleiding in de thuissituatie inmiddels zijn uitgeput, zo heeft de casemanager ter zitting aangegeven. In een accommodatie kan daarentegen wel 24-uurs zorg, begeleiding en nabijheid aan betrokkene worden geboden. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat een opname en verblijf van betrokkene in een accommodatie noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn ook geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

4.6.

Er is sprake van verzet van betrokkene tegen zijn opname en verblijf in de accommodatie als bedoeld in de Wzd. Hoewel betrokkene ter zitting heeft aangegeven dat hij zich inmiddels realiseert dat hij hulp en begeleiding nodig heeft en dat hij bereid is om zijn medewerking daaraan te verlenen, vindt de rechtbank deze verklaring onvoldoende betrouwbaar. Dit gezien het huidige dementiële toestandsbeeld van betrokkene en omdat hij de noodzakelijk geachte ambulante hulpverlening tot nu toe steeds heeft geweigerd. De rechtbank vindt het daarom van belang dat er, indien nodig, verplichte zorg kan worden ingezet en dat er goed voor betrokkene wordt gezorgd.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1930 in [geboorteplaats];

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 17 augustus 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van mr. Wallerbos, griffier en op schrift gesteld op 3 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.