Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 maart 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:1590Zaaknummer 24/1774

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
24/1774
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

pkv verzoek afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Ponds, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier op 10 maart 2026 en bekendgemaakt via geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Beslissing
  5. Informatie over verzet

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 24/1774 ZW

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. I.A.C. Cools),

en

De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van het UWV van 29 december 2023 (het bestreden besluit). Hij heeft het beroep ingetrokken omdat het UWV alsnog met ingang van 15 februari 2021 een WIA-uitkering aan hem heeft toegekend. Hij heeft daarom geen belang meer bij een beoordeling van het recht op een ZW-uitkering per 17 maart 2023.

1.1.

De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft de rechtbank meegedeeld dat zich te zullen schikken naar het oordeel van de rechtbank.

1.2.

De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_9efefbb6-7bc4-4937-9f69-9fda02015825]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_76abac6b-45b6-4c41-a31e-ed583bc7b703]

4. Daarnaast bepaalt artikel 8:41, zevende lid, van de Awb dat het door de indiener betaalde griffierecht aan hem wordt vergoed door het bestuursorgaan indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen.

Is het UWV aan verzoeker tegemoetgekomen?

5. De rechtbank moet beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.

5.1.

Op 9 februari 2024 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. In dat besluit is bepaald dat verzoeker per 17 maart 2023 geen recht meer had op een ZW-uitkering. Er liepen echter nog twee procedures in hoger beroep, namelijk tegen de afwijzing van verzoekers aanvraag voor een WIA-uitkering per 15 februari 2021 en de afwijzing van zijn aanvraag voor een ZW-uitkering per 5 januari 2022. Het UWV heeft de rechtbank geïnformeerd dat in de WIA-procedure op 28 oktober 2025 een nieuw besluit is genomen, inhoudende dat er alsnog per 15 februari 2021 een WIA-uitkering wordt toegekend.

5.2.

Doordat er met terugwerkende kracht een WIA-uitkering aan verzoeker is toegekend, heeft hij geen procesbelang meer bij deze procedure. Het standpunt van het UWV, inhoudende dat eiser vanaf 17 maart 2023 geen recht (meer) heeft op een ZW-uitkering, is echter niet gewijzigd. Er is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake van een tegemoetkomend besluit als bedoeld in de artikel 8:75a van de Awb en daarom bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Dat het UWV in een andere procedure een voor verzoeker gunstige beslissing heeft genomen die aanleiding vormt voor intrekking van het beroep, leidt naar het oordeel van de rechtbank niet tot de conclusie dat (ook) in deze zaak aan het bezwaar van verzoeker is tegemoetgekomen. Nu zich ook geen andere grond voordoet om tot een proceskostenveroordeling te komen, wijst de rechtbank het verzoek hiertoe af.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Ponds, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier op 10 maart 2026 en bekendgemaakt via geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.