Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 januari 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:158Zaaknummer 25/3465

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
8 januari 2026
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
25/3465
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

herziening en terugvordering AIO-aanvulling

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 januari 2026 door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M.H. Meulensteen, griffier.

griffierrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , uit [woonplaats] , eiser
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 25/3465

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 januari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank Utrecht, de SVB.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over de herziening en terugvordering van de door eiser ontvangen aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling).

1.1.

Met het besluit van 13 februari 2025 (het primaire besluit) heeft de SVB de AIO-aanvulling van eiser herzien over de periode van juli 2024 tot en met december 2024 en van eiser een bedrag van € 1.332,60 teruggevorderd. Met het bestreden besluit van 6 juni 2025 op het bezwaar van eiser is de SVB bij dat besluit gebleven.

1.2.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

1.3.

De rechtbank heeft het beroep op 8 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft, via een beeldverbinding, deelgenomen mr. P. Stahl-de Bruin namens de SVB. Eiser was niet aanwezig.

1.4.

Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden die eiser heeft aangevoerd.

3. Eiser ontving een AIO-aanvulling. Bij de toekenning van die aanvulling heeft de SVB het vermogen van eiser vastgesteld op € 14.938,13. Vervolgens heeft de SVB terecht per maand beoordeeld of het vermogen de vermogensgrens overschreed. Daarbij moet de SVB op grond van de wet alleen kijken naar vermeerdering van de vermogensbestanddelen, de zogenaamde ‘vermogenstoeval’.

4. De aandelen van eiser zijn in waarde gestegen. De SVB heeft hier dus terecht rekening mee gehouden. Dat tegelijkertijd het bedrag op de spaarrekening is gedaald, is op grond van de wet en vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep[_17f42696-d6ba-4b4e-8ead-2ddd5714b83d] niet van belang.

De rechtbank begrijpt dat dit voor eiser niet rechtvaardig aanvoelt en zeer teleurstellend is, maar de wet laat zich nu eenmaal niet anders toepassen.

5. De SVB heeft per maand een correcte berekening gemaakt van de overschrijding van de vermogensgrens en van het bedrag dat als gevolg daarvan wordt teruggevorderd.

6. De beroepsgrond van eiser slaagt dus niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat er voor eiser niets verandert. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 januari 2026 door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M.H. Meulensteen, griffier.

griffierrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.