Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 februari 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:1577Zaaknummer 12030732 CV EXPL 25-6663 (E)

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
12030732 CV EXPL 25-6663 (E)
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Tilburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vordering toegewezen zoals gevorderd.

3 De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering toe zoals deze is gevorderd in de dagvaarding;

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten van € 939,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de gedaagde partij niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Eijssen-Vruwink, en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van het geding
  2. 2 Het geschil en de beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken

Tilburg

zaak/rolnr.: 12030732 CV EXPL 25-6663

vonnis d.d. 4 februari 2026

inzake

de vennootschap onder firma [eisende partij],

gevestigd en kantoorhoudende te [adres 1],

eisende partij,

gemachtigde: mr. D.J. Mensink, werkzaam ten kantore van MICTA B.V. te Groningen,

[gedaagde partij], t.h.o.d.n. [bedrijf],

wonende te [adres 2],

gedaagde partij,

procederend in persoon.

1 Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit het aangehechte vonnis van de kantonrechter te Breda

d.d. 24 december 2025 met kenmerk 11825559 CV EXPL 25-2550 en de dagvaarding d.d. 22 juli 2025.

2 Het geschil en de beoordeling

2.1

Bij voornoemd vonnis heeft de kantonrechter te Breda geconstateerd dat de zaak conform bijlage 2 van het Besluit interne relatieve bevoegdheid rechtbank Zeeland-West-Brabant dient te worden behandeld door de kantonrechter te Tilburg en heeft de kantonrechter de zaak verwezen in de stand waarin deze zich bevindt.

2.2

Eisende partij heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde partij te veroordelen tot betaling van het bedrag of de bedragen als nader in de dagvaarding omschreven, met veroordeling van gedaagde partij in de proceskosten.

2.3

Na het antwoord van de gedaagde partij is de vordering door de eisende partij nader toegelicht, met gemotiveerde weerspreking van dat antwoord.

Van de vervolgens op behoorlijke wijze aan de gedaagde partij geboden gelegenheid nogmaals een reactie te geven is geen gebruik gemaakt.

2.4

Aangezien de niet weersproken (nadere) stellingen van de eisende partij het verweer van de gedaagde partij voldoende weerleggen en de vordering geheel kunnen dragen, zal de vordering worden toegewezen, met veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.

2.5

Gedaagde is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op:

- dagvaarding € 120,78

- griffierecht € 385,00

- salaris gemachtigde € 325,50

- nakosten € 108,50 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal € 939,78

3 De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering toe zoals deze is gevorderd in de dagvaarding;

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten van € 939,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de gedaagde partij niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Eijssen-Vruwink, en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.