Uitspraak · Belastingrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 maart 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:1467Zaaknummer 24/5313

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
24/5313
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Compromis ter zitting. Belanghebbende mag ter zake van de afwaardering van de rekening-courantvordering € 150.000 ten laste brengen van de winst. Verder dient het belastingrentepercentage te worden verlaagd naar 4%.

De rechtbank:

  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak op bezwaar;
  • vermindert de aanslag tot een aanslag berekend naar een belastbaar bedrag van € 446.827;
  • vermindert de in rekening gebrachte belastingrente dienovereenkomstig;
  • bepaalt dat de belastingrentebeschikking dient te worden berekend naar een rentepercentage van 4%;
  • veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van

€ 3.200;

- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 371 aan belanghebbende moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H. Bogert, voorzitter, en mr. S.A.J. Bastiaansen en mr. M.A.M. van Meer, leden, in aanwezigheid van mr. D. Damen, griffier, op 5 maart 2026. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffiervoorzitter

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist.[_1160b83b-4679-47e5-adc9-fbe1d4b314f1]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de rechtbank
  3. Conclusie en gevolgen
  4. Beslissing
  5. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 24/5313

uitspraak van de meervoudige kamer van 5 maart 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] B.V, gevestigd te [plaats], belanghebbende,

(gemachtigden: mr. J.H. Feenstra en mr. J.P.M. van Gorp),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 24 mei 2024.

1.1.

De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2020 een aanslag vennootschapsbelasting (Vpb) opgelegd naar een belastbaar bedrag van € 596.287. Gelijktijdig heeft de inspecteur belanghebbende € 19.657 belastingrente in rekening gebracht (de belastingrentebeschikking).

1.2.

De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

1.3.

De rechtbank heeft het beroep op 22 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van belanghebbende mr. J.P.M. van Gorp, en namens de inspecteur [inspecteur 1] en mr. [inspecteur 2].

1.4.

Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgesteld waarvan een afschrift gelijktijdig met de uitspraak naar partijen wordt verzonden.

Beoordeling door de rechtbank

Het compromis

2. Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt en wel in die zin dat belanghebbende een bedrag van € 150.000 ten laste van de winst mag brengen ter zake van de afwaardering van de rekening-courantvordering op [B.V.]. Dit betekent dat de aanslag dient te worden verminderd tot een aanslag naar een belastbaar bedrag van € 446.287.

2.1.

De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van hetgeen partijen hebben afgesproken en zal dienovereenkomstig beslissen en het beroep gegrond verklaren.

Belastingrentebeschikking

2.2.

Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026[_26216d77-ebc3-4427-a3c3-16c99f94082c] heeft de inspecteur zich ter zitting op het standpunt gesteld dat ten onrechte is uitgegaan van een belastingrentepercentage van 8%. Dit betekent dat de belastingrente moet worden verlaagd en moet worden bepaald met toepassing van de algemene regel van artikel 1, letter a, van het Besluit belasting- en invorderingsrente (tekst 2023). Het belastingrentepercentage dient in dit geval te worden verlaagd naar 4%, aldus de inspecteur. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen en de belastingrentebeschikking verminderen.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is gegrond. Dit betekent dat de aanslag en de belastingrentebeschikking moeten worden verlaagd. De inspecteur dient dit uit te voeren.

3.1.

Omdat het beroep gegrond is, moet de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. Belanghebbende krijgt ook een vergoeding van haar proceskosten die zij in verband met de behandeling van het beroep heeft moeten maken. De inspecteur moet die vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. In de bezwaarfase worden de kosten van rechtsbijstand vastgesteld op basis van 2 punten (bezwaarschrift en het verschijnen ter hoorzitting), met een waarde van € 666 per punt. Ook heeft belanghebbende recht op 1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde van € 934 per punt. De rechtbank hanteert een wegingsfactor van 1. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 3.200.

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak op bezwaar;
  • vermindert de aanslag tot een aanslag berekend naar een belastbaar bedrag van € 446.827;
  • vermindert de in rekening gebrachte belastingrente dienovereenkomstig;
  • bepaalt dat de belastingrentebeschikking dient te worden berekend naar een rentepercentage van 4%;
  • veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van

€ 3.200;

- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 371 aan belanghebbende moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H. Bogert, voorzitter, en mr. S.A.J. Bastiaansen en mr. M.A.M. van Meer, leden, in aanwezigheid van mr. D. Damen, griffier, op 5 maart 2026. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffiervoorzitter

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist.[_1160b83b-4679-47e5-adc9-fbe1d4b314f1]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.