Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 september 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:10366Zaaknummer C/02/452748 / JE RK 26-1704

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
25 september 2026
Publicatiedatum
28 oktober 2026
Zaaknummer
C/02/452748 / JE RK 26-1704
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toewijzing VOTS

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

stelt [minderjarige] voorlopig onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant met ingang van 25 september 2026 tot 9 oktober 2026;

5.2.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;

5.3.

roept de Raad, de vader en de moeder op voor de zitting van mr. mr. M. Pellikaan op 30 september 2026 om 13:00 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan Stationslaan 10 in Breda;

5.4.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;

5.5.

vraagt de griffier de GI op te roepen.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2026 door mr. S. Tempel, kinderrechter, in aanwezigheid van R.A. Weterings als griffier, en op schrift gesteld op 29 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat geen hoger beroep open.[_489b819e-3614-4cc1-aed0-2b0aaa11301c]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/02/452748 / JE RK 26-1704

Datum uitspraak: 25 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming,

Zeeland–West-Brabant, Breda,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2026 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in [plaats 1],

[de vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [plaats 2].

De kinderrechter merkt als informant aan:

de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Brabant, hierna te noemen de GI.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:

  • het mondelinge verzoek van de Raad op 25 september 2026;
  • de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 28 september 2026. Gelet op een computerstoring bij de Raad zijn de stukken in een afwijkende vorm opgemaakte en ingediend;
  • tevens heeft de kinderrechter kennis genomen van de mails van mr. Feiner van 22 en 24 september 2026.

2 De feiten

2.1.

De kinderrechter gaat er op basis van de huidige stukken vanuit dat de vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.2.

[minderjarige] woont bij zijn vader en moeder.

3 Het verzoek

3.1.

De Raad verzoekt [minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden en daar op te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

4 De beoordeling

4.1.

De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. De Raad heeft zorgen over zowel de lichamelijke als emotionele ontwikkeling van [minderjarige] en zijn drie zussen ([zus 1], [zus 2] en [zus 3]) en broer ([broer]). [zus 1], [zus 2] en [broer] geven aan dat er sprake is van fysiek geweld door hun moeder en de vader. De moeder en de vader geven aan dat zij zich soms machteloos voelen in de opvoeding. Zij geven aan soms fors fysiek in te grijpen, wanneer de kinderen in conflict met elkaar raken. De moeder en de vader geven bij de Raad aan dat zij dat niet zien als kindermishandeling. Vanwege het nog lopende strafrechtelijke onderzoek, zijn de verklaringen van de kinderen nog niet volledig besproken. Gelet op het voorgaande heeft de moeder met Veilig Thuis afgesproken dat de drie zussen en broer van [minderjarige] uit huis zouden gaan. [zus 1], [zus 2] en [broer] wonen sinds 18 september 2026 in een vakantiewoning op de vakantiepark onder toezicht en begeleiding van de Centrale Zorggroep en [zus 3] woont bij een vriendin van de moeder. De moeder heeft op 25 september 2026 bij de Raad aangegeven dat als de kinderen die avond zouden aangeven dat zij naar huis toe wilden, de moeder hen dan zou ophalen.

4.2.

De kinderrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan.[_9a0e68b7-ba8d-4a78-88b5-605ea9cb6266] Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.

4.3.

De kinderrechter is van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige], omdat de moeder op 25 september 2026 aan heeft gegeven de broer en zussen van [minderjarige] op te zullen halen wanneer zij weer naar huis zouden willen.. Daarom stelt de kinderrechter [minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van twee weken.

4.4.

De Raad en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

stelt [minderjarige] voorlopig onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant met ingang van 25 september 2026 tot 9 oktober 2026;

5.2.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;

5.3.

roept de Raad, de vader en de moeder op voor de zitting van mr. mr. M. Pellikaan op 30 september 2026 om 13:00 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan Stationslaan 10 in Breda;

5.4.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;

5.5.

vraagt de griffier de GI op te roepen.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2026 door mr. S. Tempel, kinderrechter, in aanwezigheid van R.A. Weterings als griffier, en op schrift gesteld op 29 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat geen hoger beroep open.[_489b819e-3614-4cc1-aed0-2b0aaa11301c]

Voetnoten

  1. Artikel 1:257 BW.
  2. Artikel 807 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.