Uitspraak · Belastingrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 oktober 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:10274Zaaknummer BRE 25/4894
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 23 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- BRE 25/4894
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
8:55; Verzet niet-ontvankelijk
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier.
griffier rechter
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de datum bekendmaking beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl). Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is
gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/4894
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 oktober 2026 op het verzet van
[belanghebbende], uit [woonplaats], belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank van 26 januari 2026 in het geding tussen
belanghebbende
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. Deze uitspraak op het verzet van belanghebbende gaat over de uitspraak van de rechtbank van 26 januari 2026 waarin de rechtbank het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk heeft verklaard.
2. Belanghebbende heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.
Beoordeling door de rechtbank
3. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 26 januari 2026 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel[_de68bbae-8465-4a71-b754-21345d259ded] is dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat het griffierecht niet is betaald.
4. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet niet-ontvankelijk is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Is het verzet ontvankelijk?
5. Voor het indienen van een verzetschrift geldt een termijn van zes weken.[_eba808d7-9acf-4ccf-8c25-b8421028b1d9] Deze termijn begint op de dag na de dag waarop de uitspraak op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.[_350a4f6c-105e-4e72-93eb-8186f8b88227] Dat is in dit soort gevallen de dag na de dag waarop de uitspraak is toegezonden. Een verzetschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen.[_91f575cf-1c61-4ad9-a183-2e92763b74b5]
6. Als iemand een verzetschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het verzet niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het verzetschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.[_b8d5a25e-6df9-4c6d-95f8-1e072fed52cc]
7. Vast staat dat de griffier op 28 januari 2026 de uitspraak in het digitaal dossier van belanghebbende heeft geplaatst. Van de plaatsing van dit bericht is op dezelfde datum een notificatie aan belanghebbende verzonden naar het door hem voor dit doel opgegeven e-mailadres. Daarom neemt de rechtbank aan dat belanghebbende dit bericht op 28 januari 2026 heeft ontvangen.[_55154524-d648-41bb-adc3-6428a8e9d4f5] De termijn voor het indienen van een verzetschrift eindigde op 11 maart 2026.
8. Belanghebbende heeft op 21 april 2026 en dus te laat digitaal verzet ingesteld.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
9. Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld reden te geven voor de termijnoverschrijding. Belanghebbende hierop gereageerd en geeft aan dat de brieven van de Belastingdienst altijd te laat aankomen. De omstandigheid dat brieven van de Belastingdienst belanghebbende mogelijk later hebben bereikt, is geen verklaring voor een te late indiening van het verzetschrift. Daarvoor is immers het verloop van de correspondentie met de rechtbank maatgevend, en daarover heeft belanghebbende geen klachten geuit.
10. De griffier heeft belanghebbende op 12 juni 2026 nogmaals expliciet gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding in verzet. Van de plaatsing van dit bericht is op dezelfde datum een notificatie aan belanghebbende verzonden naar het door hem voor dit doel opgegeven e-mailadres. Daarom neemt de rechtbank aan dat belanghebbende het bericht op 12 juni 2026 heeft ontvangen.[_59afd7f7-c82f-4b3e-8ed7-c415429b8b7a] Belanghebbende heeft hier niet op gereageerd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er geen goede reden is voor de termijnoverschrijding in verzet waardoor de overschrijding verontschuldigbaar wordt.
Conclusie en gevolgen
11. Het verzet is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het verzet niet inhoudelijk beoordeelt en dat de bestreden uitspraak in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier.
griffier rechter
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de datum bekendmaking beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl). Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is
gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
Voetnoten
- Dit volgt uit artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
- Dit volgt uit artikel 8:55 in samenhang met artikel 6:7 van de Awb.
- Dit volgt uit artikel 8:55 in samenhang met 6:8, eerste lid, van de Awb.
- Dit volgt uit artikel 8:55 in samenhang met 6:9, eerste lid, van de Awb.
- Dit volgt uit artikel 6:11 van de Awb.
- Gelet op artikel 8:36c, tweede lid, van de Awb.
- Gelet op artikel 8:36c, tweede lid, van de Awb.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.