Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27 november 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:9711Zaaknummer C/02/432819 FA RK 25-1215
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 27 november 2025
- Publicatiedatum
- 16 februari 2026
- Zaaknummer
- C/02/432819 FA RK 25-1215
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek tot vaststelling onderhoudsbijdrage voor gehandicapte jongmeerderjarige in een zorginstelling afgewezen, omdat de behoefte aan een bijdrage onvoldoende is onderbouwd.
De rechtbank
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Pulskens, en, in tegenwoordigheid van mr. De Wit, griffier, in het openbaar uitgesproken op 27 november 2025.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/432819 FA RK 25-1215
27 november 2025
beschikking betreffende levensonderhoud
in de zaak van
1 [de zus],
hierna te noemen [de zus],
en
2. [de vrouw],
hierna te noemen de vrouw,
gezamenlijk te noemen de curatoren,
beiden wonende te [plaats 1],
in hun hoedanigheid van curatoren over [meerderjarige],
hierna te noemen [meerderjarige],
wonende te [plaats 2],
advocaat mr. H.C.M. Schaeken,
en
[de man],
wonende te [plaats 3],
hierna te noemen de man,
advocaat mr. C.C.N. Cats.
1. Het procesverloop
Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 11 maart 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- het op 30 april 2025 ontvangen verweerschrift;
- de brief van mr. Schaeken van 30 oktober 2025 tevens houdende gewijzigd verzoek met bijlagen.
De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 12 november 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaten.
2 De feiten
Op grond van de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast.
- [meerderjarige] is geboren uit de inmiddels verbroken relatie tussen de man en de vrouw;
- [meerderjarige] is meerderjarig; hij heeft de leeftijd van 21 jaar nog niet bereikt;
- bij beschikking van de kantonrechter van 20 januari 2023 is [meerderjarige] met ingang van
25 januari 2023 onder curatele gesteld met benoeming van de vrouw (zijn moeder) en [de zus] (zijn zus) tot curatoren;
- er is geen rechterlijke uitspraak van kracht op grond waarvan de man een onderhoudsbijdrage ten behoeve van [meerderjarige] moet voldoen.
3 Het verzoek
De curatoren verzoeken, samengevat, vaststelling van een door de man te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud van [meerderjarige] van € 301,95 per maand, met ingang van 5 februari 2025.
4 De beoordeling
De curatoren leggen aan het verzoek ten grondslag dat [meerderjarige] behoefte heeft aan een onderhoudsbijdrage van de man en dat de man de financiële draagkracht heeft een bijdrage te voldoen.
Ten aanzien van de behoefte van [meerderjarige] voeren de curatoren het volgende aan. [meerderjarige] is ernstig geestelijk gehandicapt, is door zijn beperking arbeidsongeschikt en verblijft in een woning van [stichting]. Zijn situatie is niet vergelijkbaar met een studerende jongmeerderjarige die thuis of op kamers woont. Hij zal altijd binnen een zorginstelling blijven functioneren en heeft dezelfde kosten als ieder ander. Daarom moet zijn behoefte worden bepaald aan de hand van de bijstandsnorm voor een alleenstaande van 21 jaar of ouder. Deze bijstandsuitkering bedraagt per 1 januari 2025 € 1.345,45 per maand. [meerderjarige] heeft daarnaast extra kosten die niet zijn begrepen in de bijstandsnorm. Deze extra kosten bedragen in totaal € 329,41 per maand, bestaande uit de niet gedekte premie zorgverzekering, het eigen risico ter zake de ziektekosten, de kosten van extra kleding ( [meerderjarige] vernielt veelvuldig zijn kleding), de kosten van bewassing en de vergoeding van de benzinekosten die de curatoren maken in verband met de bezoeken aan [meerderjarige]. De totale behoefte van [meerderjarige] bedraagt dus per 1 januari 2025 € 1.674,86 per maand. Aangezien de Wajong-uitkerking van [meerderjarige] nu, inclusief vakantietoeslag, € 1.272,25 per maand bedraagt, heeft hij nog behoefte aan een bijdrage van zijn ouders van € 402,61 per maand.
De man betwist dat [meerderjarige] behoefte heeft aan een bijdrage van zijn ouders en stelt in
dit verband het volgende. Voor wat betreft de behoefte van een jongmeerderjarige moet
in beginsel worden aangesloten bij de normbedragen in het kader van de Wet op de
studiefinanciering (de WSF-normen). De WSF-norm voor een uitwonende student bedraagt
ruim € 860,= per maand. De Wajong-uitkering van [meerderjarige] ligt hoger dan deze WSF-norm. De
curatoren hebben niet inzichtelijk gemaakt dat de behoefte van [meerderjarige] hoger ligt dan zijn
Wajong-uitkering. [meerderjarige] woont beschermd en heeft een indicatie op grond van de Wet
Langdurige Zorg. Hij moet een inkomensafhankelijke bijdrage aan het CAK betalen voor
zijn kosten van inwoning, eten en drinken. Hij is nagenoeg altijd intern en geeft bijna niets
uit. De door de curatoren opgevoerde extra kosten zijn deels kosten die iedereen heeft en
deels kosten die onvoldoende onderbouwd zijn. De curatoren hadden inzage kunnen geven in
de werkelijke kosten van [meerderjarige] door hun jaarlijkse afrekeningen te laten zien, maar dit
hebben zij, ondanks het verzoek van de man daartoe, nagelaten. Indien [meerderjarige] niet met zijn
Wajong-uitkering in zijn levensonderhoud kan voorzien, moeten de curatoren onderzoeken
of de hoogte van de eigen bijdrage aan het CAK kan worden aangepast of dat [meerderjarige] extra
financiële ondersteuning kan krijgen door fiscale regelingen of potjes bij de gemeente.
De rechtbank overweegt als volgt. [meerderjarige] is geestelijk gehandicapt, is arbeidsongeschikt en woont beschermd bij de [stichting]. Gelet op de bijzondere situatie van [meerderjarige] kan voor wat betreft de behoefte van [meerderjarige] niet worden volstaan met een verwijzing naar de bijstandsnorm voor een zelfstandig wonende alleenstaande. Het had op de weg van de curatoren gelegen om inzage te verschaffen in de concrete kosten van [meerderjarige], bijvoorbeeld door een recente jaarafrekening in het geding te brengen. Zelfs nadat de man in het verweerschrift om dit inzicht heeft gevraagd, hebben de curatoren dit inzicht niet gegeven. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank zich onvoldoende geïnformeerd om de behoefte van [meerderjarige] vast te kunnen stellen. Het verzoek van de curatoren om vaststelling van een door de man ten behoeve van [meerderjarige] te betalen bijdrage zal daarom worden afgewezen.
5 De beslissing
De rechtbank
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Pulskens, en, in tegenwoordigheid van mr. De Wit, griffier, in het openbaar uitgesproken op 27 november 2025.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.