Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27 augustus 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:9231Zaaknummer 11717063 CV EXPL 25-1799 (E)

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
27 augustus 2025
Publicatiedatum
24 december 2025
Zaaknummer
11717063 CV EXPL 25-1799 (E)
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Verstek
Zittingsplaats
Bergen op Zoom
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ontbinding huurovereenkomst. Verstek.

3 De beslissing

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat de huurovereenkomst tussen partijen van 31 augustus 2020 per

31 december 2021 rechtsgeldig is beëindigd;

veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 41.263,32 vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van

€ 39.495,42 vanaf 1 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde tot betaling van de proceskosten van € 2.568,09, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagde niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet gedaagde ook de kosten van betekening betalen;

veroordeelt gedaagde in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;

verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. Swaanen, en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van het geding
  2. 2 Het geschil en de beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken

Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 11717063 CV EXPL 25-1799

vonnis d.d. 27 augustus 2025

inzake

de vennootschap onder firma

[V.O.F.] mede handelend onder de naam [bedrijf],

zaakdoende te [plaats],

eiseres,

gemachtigde: mr. A.P.E. de Brouwer te Roosendaal,

tegen

[gedaagde],

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

gedaagde,

procederend in persoon.

1 Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 20 februari 2025 met producties.

2 Het geschil en de beoordeling

2.1

Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, die als hier herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde te veroordelen tot hetgeen in de dagvaarding is omschreven, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.

2.2

Nadat gedaagde in rechte is verschenen, is aan deze desgevraagd uitstel verleend om op de dagvaarding te antwoorden, maar dat heeft gedaagde op de daartoe bepaalde terechtzitting niet gedaan.

2.3

De vordering van eiseres is door gedaagde niet weersproken. Nu de (primaire) vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen.

2.4

Gedaagde is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op:

- dagvaarding € 157,09

- griffierecht € 1.461,00

- salaris gemachtigde € 815,00 (1 punt(en) x tarief € 815,00)

- nakosten € 135,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal € 2.568,09

2.5

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3 De beslissing

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat de huurovereenkomst tussen partijen van 31 augustus 2020 per

31 december 2021 rechtsgeldig is beëindigd;

veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 41.263,32 vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van

€ 39.495,42 vanaf 1 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde tot betaling van de proceskosten van € 2.568,09, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagde niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet gedaagde ook de kosten van betekening betalen;

veroordeelt gedaagde in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;

verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. Swaanen, en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2025.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.