Uitspraak · Belastingrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 december 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:9066Zaaknummer BRE 24/5543
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 18 december 2025
- Publicatiedatum
- 23 december 2025
- Zaaknummer
- BRE 24/5543
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
8:54, beroep gegrond
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de verzuimboete opgelegd bij de aanslag IB/PVV 2021;
- bepaalt dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 51,00 aan deze vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 18 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/5543
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
(gemachtigde: ir. [gemachtigde] ),
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 12 juni 2024 over de bij beschikking opgelegde verzuimboete bij de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2021 met [aanslagnummer] H.16.01.
Omdat het beroep kennelijk gegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. Belanghebbende heeft op 15 juli 2024 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. Op 2 september 2024 heeft de inspecteur zijn verweerschrift ingediend.
De inspecteur heeft in het verweerschrift het standpunt ingenomen dat hij van mening is de verzuimboete terecht is opgelegd wegens het te laat indienen van de aangifte, maar dat hij wegens de specifieke omstandigheden van het geval heeft besloten de verzuimboete alsnog te laten vervallen. De inspecteur concludeert dat het beroep om die reden gegrond dient te worden verklaard.
De rechtbank volgt de conclusie van de inspecteur. De gronden van belanghebbende behoeven daarom geen behandeling meer. Omdat de rechtbank niet beschikt over stukken waarbij de verzuimboete daadwerkelijk is vernietigd, zal de rechtbank zekerheidshalve zelf hiertoe overgaan. Nu dat het verzuimboete wordt vernietigd, moet het beroep kennelijk gegrond worden verklaard.
Omdat het beroep kennelijk gegrond is, moet de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. Belanghebbende heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de verzuimboete opgelegd bij de aanslag IB/PVV 2021;
- bepaalt dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 51,00 aan deze vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 18 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.