Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 oktober 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:8403Zaaknummer RK 25-023993

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
RK 25-023993
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Raadkamer
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

klaagschrift artikel 552a Sv NO

Beslissing

De rechtbank verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beklag.

Deze beslissing is gegeven door

mr. J.P.M. Hopmans, rechter,

in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025.

Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de beklager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.

Volledige tekst

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats Middelburg

raadkamernummer: 25-023993

datum: 14 oktober 2025

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager],

geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats],

wonende op het [adres],

hierna te noemen: de klager, tevens beslagene.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:

  • het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 24 september 2025 ter griffie van deze rechtbank;
  • de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 10 september 2025 onder klager 4 katten in beslag zijn genomen.
  • de reactie van de officier van justitie en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.

Op 14 oktober 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. R.S. Jacobs en klager gehoord.

Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klager. Klager heeft ter zitting aangevoerd dat de katten van zijn vriendin zijn en dat zij de katten terug wil hebben.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat nu klager geen eigenaar is van de katten en zijn klaagschrift zich richt op teruggave aan zijn vriendin, klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn beklag.

2 De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.

Het klaagschrift is tijdig ingediend.

Klager stelt dat hij niet de eigenaar van de inbeslaggenomen katten is en hij verzoekt de teruggave van de katten aan zijn vriendin.

De klaagschriftprocedure kent niet de mogelijkheid van een last tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen aan een ander dan degene daarover een klaagschrift heeft ingediend (vgl. HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654).

De klager zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in het beklag.

Beslissing

De rechtbank verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beklag.

Deze beslissing is gegeven door

mr. J.P.M. Hopmans, rechter,

in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025.

Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de beklager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.