Uitspraak · Omgevingsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27 november 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:8399Zaaknummer 25/906, 25/1781 en 25/1782

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
25/906, 25/1781 en 25/1782
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Omgevingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Hersteluitspraak.

De rechtbank:

  • verbetert de fout in de uitspraak van 1 oktober 2025 op de wijze als onder 1 omschreven en stelt vast dat de uitspraak aldus verbeterd moet worden gelezen;
  • laat voornoemde uitspraak voor het overige ongewijzigd.

Deze hersteluitspraak is gedaan door, mr. R.P. Broeders, voorzitter, mr. T. Peters, en, mr. A.G.J.M. de Weert, leden, in aanwezigheid van mr. N. van Asten, griffier, op 27 november 2025 en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl.

griffiervoorzitter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze hersteluitspraak staat geen rechtsmiddel open. Deze hersteluitspraak brengt ook geen wijziging in de termijn voor hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Overwegingen
  2. De beslissing
  3. Rechtsmiddel

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummers: 25/906, 25/1781 en 25/1782

hersteluitspraak ter verbetering van de uitspraak van de meervoudige kamer van 1 oktober 2025 op het verzoek om bekrachtiging van een onteigeningsbeschikking van

de gemeenteraad van de gemeente Moerdijk (de raad),

(gemachtigde: mr. H.X. Botter).

Tegen de onteigeningsbeschikking zijn bedenkingen ingediend door belanghebbenden:

  • [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2], uit [plaats], belanghebbenden 1, (gemachtigde: [gemachtigde]),
  • [belanghebbende 3], uit [plaats], belanghebbende 2,

(gemachtigde: mr. E.H.E.J. Wijnen).

Overwegingen

1. De rechtbank heeft geconstateerd dat zij in de uitspraak van 1 oktober 2025 een fout heeft gemaakt bij de vaststelling van de kosten die belanghebbende 2 in verband met

de behandeling van het verzoek naar aard en omvang redelijkerwijs heeft moeten maken. In overweging 11.4 van de uitspraak staat dat de rechtbank die kosten heeft vastgesteld op een totaalbedrag van € 20.039,42. Gelet op de rest van de overweging had daar een totaalbedrag moeten staan van € 27.133,45. In het dictum (laatste streepje) van de uitspraak staat ook ten onrechte € 20.039,42, terwijl daar € 27.133,45 had moeten staan.

2. Aangezien de fout redelijkerwijs kenbaar voor partijen was, zal de rechtbank deze verbetering doorvoeren.

De beslissing

De rechtbank:

  • verbetert de fout in de uitspraak van 1 oktober 2025 op de wijze als onder 1 omschreven en stelt vast dat de uitspraak aldus verbeterd moet worden gelezen;
  • laat voornoemde uitspraak voor het overige ongewijzigd.

Deze hersteluitspraak is gedaan door, mr. R.P. Broeders, voorzitter, mr. T. Peters, en, mr. A.G.J.M. de Weert, leden, in aanwezigheid van mr. N. van Asten, griffier, op 27 november 2025 en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl.

griffiervoorzitter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze hersteluitspraak staat geen rechtsmiddel open. Deze hersteluitspraak brengt ook geen wijziging in de termijn voor hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak.

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.