Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 februari 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:788Zaaknummer C/02/429272 FA RK 24-5601

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
11 februari 2025
Publicatiedatum
20 februari 2025
Zaaknummer
C/02/429272 FA RK 24-5601
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Kinderalimentatie. Verstek.

De rechtbank:

5.1.

bepaalt dat de man ten behoeve van de verzorging en opvoeding van de minderjarigen:

1. [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2015,

2. [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2019,

aan de vrouw voor de toekomst bij vooruitbetaling moet voldoen een bedrag van € 163,00 per kind per maand vanaf 1 augustus 2023 tot en met 31 december 2023, over 2024 een bedrag van € 173,11 per kind per maand en met ingang van 1 januari 2025 € 184,36 per kind per maand;

5.2.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Hopmans, rechter en in tegenwoordigheid van mr. Brok, griffier, in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2025.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Middelburg

Zaaknummer: C/02/429272 FA RK 24-5601

beschikking van 11 februari 2025 betreffende levensonderhoud

in de zaak van

[de vrouw],

wonende te [woonplaats 1],

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. M.T.E. Kranenburg, te Roosendaal.

tegen

[de man],

wonende te [woonplaats 2],

hierna te noemen de man.

1 Het procesverloop

1.1.

Dit blijkt uit de volgende stukken:

- het op 28 november 2024 ontvangen verzoekschrift vaststelling kinderalimentatie met bijlagen, waaronder een tussen partijen overeengekomen ouderschapsplan;

- een afschrift van de brief van de griffier van deze rechtbank aan de man van 12 december 2024.

2 De feiten

2.1.

Op grond van de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:

- partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad;

- uit hun relatie zijn de volgende, nu nog minderjarige kinderen geboren:

1. [minderjarige 1] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2015;

2. [minderjarige 2] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2019;

- deze kinderen zijn door de man erkend;

- de minderjarigen hebben hun hoofdverblijf bij de vrouw.

2.2.

Op grond van het tussen partijen overeengekomen ouderschapsplan dient de man € 163,00 per kind per maand te betalen voor de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen. Inclusief de wettelijke indexering is dit nu € 184,36 per kind per maand.

3 Het verzoek

3.1.

De vrouw verzoekt nu, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de man aan de vrouw ten behoeve van de minderjarigen, bij vooruitbetaling te voldoen een bijdrage van € 163,00 per kind per maand verschuldigd is met ingang van augustus 2023 over 2023, € 173,11 per kind per maand over 2024 en met ingang van 1 januari 2025 € 184,36 per kind per maand en de man te veroordelen om aan de vrouw deze bijdrages te betalen.

4 De beoordeling

4.1.

De griffier van deze rechtbank heeft door middel van voormelde brief de indiening van het verzoekschrift ter griffie bekend gemaakt onder mededeling van de termijn waarbinnen een verweerschrift kon worden ingediend. Binnen die termijn is geen verweerschrift binnengekomen.

4.2.

De rechtbank zal het verzoek als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

bepaalt dat de man ten behoeve van de verzorging en opvoeding van de minderjarigen:

1. [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2015,

2. [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2019,

aan de vrouw voor de toekomst bij vooruitbetaling moet voldoen een bedrag van € 163,00 per kind per maand vanaf 1 augustus 2023 tot en met 31 december 2023, over 2024 een bedrag van € 173,11 per kind per maand en met ingang van 1 januari 2025 € 184,36 per kind per maand;

5.2.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Hopmans, rechter en in tegenwoordigheid van mr. Brok, griffier, in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2025.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.