Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 februari 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:787Zaaknummer C/02/423090 FA RK 24-2552
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 11 februari 2025
- Publicatiedatum
- 20 februari 2025
- Zaaknummer
- C/02/423090 FA RK 24-2552
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Kinderalimentatie. Verstek.
De rechtbank:
bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang van 5 juni 2024 en voor wat betreft de toekomstige termijnen bij vooruitbetaling dient te voldoen € 300,00 per maand, ten behoeve van de verzorging en opvoeding van de minderjarige [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2021;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Noort, rechter, en in tegenwoordigheid van mr. Brok, griffier, in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2025.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
Zaaknummer: C/02/423090 FA RK 24-2552
beschikking van 11 februari 2025 betreffende levensonderhoud
in de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. H. Mink, te Oost-Souburg.
en
[de man],
zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen of buiten Nederland,
hierna te noemen de man.
1. Het procesverloop
1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 5 juni 2024 ontvangen verzoekschrift kinderalimentatie met bijlagen;
- de op 28 juni 2024 door de griffier aan het oude adres van de man gestuurde brief;
- de op 27 september 2024 ontvangen brief van mr. Mink;
- de publicatie in de Staatscourant van 10 oktober 2024.
2 De feiten
Op grond van de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast.
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
Uit hun relatie is het volgende, nu nog minderjarige kind geboren: [minderjarige] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2021.
De man heeft de minderjarige erkend.
De minderjarige verblijft bij de vrouw en zij heeft het eenhoofdig gezag.
3 Het verzoek
De vrouw verzoekt de rechtbank bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de man, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige, met ingang van 5 juni 2024 aan de vrouw dient te betalen een bedrag van € 300,-- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.
4 De beoordeling
De griffier van deze rechtbank heeft door middel van voormelde publicatie de indiening van het verzoekschrift ter griffie bekend gemaakt onder mededeling van de termijn waarbinnen een verweerschrift kon worden ingediend. Binnen die termijn is geen verweerschrift binnengekomen.
De rechtbank zal het verzoek als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.
5 De beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang van 5 juni 2024 en voor wat betreft de toekomstige termijnen bij vooruitbetaling dient te voldoen € 300,00 per maand, ten behoeve van de verzorging en opvoeding van de minderjarige [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2021;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Noort, rechter, en in tegenwoordigheid van mr. Brok, griffier, in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2025.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.