Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 november 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:7737Zaaknummer 02-184198-25

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
02-184198-25
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Op tegenspraak
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vrijspraak bedreiging bijzondere opsporingsambtenaar. Onvoldoende wettig bewijs.

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde feit;

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij [aangever] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.M. Schotanus, voorzitter, mr. D.H. Hamburger en mr. B. Akdikan, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 12 november 2025.

De jongste rechter en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Onderzoek van de zaak
  2. 2 Tenlastelegging
  3. 3 Voorvragen
  4. 4 Beoordeling van het bewijs
  5. 5 Vordering van de benadeelde partij
  6. 6 Beslissing

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-184198-25

Vonnis (vul parketnummer in)van de meervoudige kamer van 12 november 2025

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 2005 in [geboorteplaats],

nu gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting in [locatie],

raadsman mr. G.J.P.M. Mooren, advocaat in Tilburg.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 oktober 2025, waarbij de officier van justitie mr. E. Kool en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

De zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de zaken tegen verdachte bekend onder de parketnummers 02-131066-25 en 02-239444-25.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte buitengewoon opsporingsambtenaar [aangever] heeft bedreigd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 Beoordeling van het bewijs

4.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

4.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en bepleit vrijspraak van de ten laste gelegde bedreiging. Verdachte ontkent [aangever] te hebben bedreigd en er zijn geen andere bewijsmiddelen die de aangifte van [aangever] ondersteunen.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal verdachte vrijspreken wegens gebrek aan wettig bewijs en overweegt daartoe het volgende.

Het bewijs dat een verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, kan niet uitsluitend worden aangenomen op basis van de verklaring van de aangever.[_50770e07-5971-423d-b6ce-b4efa64b116d] Een uitzondering hierop geldt wanneer een opsporingsambtenaar zelf slachtoffer is van een strafbaar feit en dit vastlegt in een proces-verbaal van bevindingen. Het bewijs dat een verdachte het tenlastegelegde feit heeft gepleegd, kan namelijk wél worden aangenomen op het proces-verbaal van een opsporingsambtenaar.[_6ebb29c0-6455-430e-89e3-33da2c954f1e]

[aangever] heeft aangifte gedaan van bedreiging. De bedreiging is niet door hem als opsporingsambtenaar vastgelegd in een proces-verbaal van bevindingen. De aangifte van [aangever] heeft, in tegenstelling tot een proces-verbaal van bevindingen van een opsporingsambtenaar, geen bijzondere bewijskracht. Nu enkel uit de aangifte blijkt van een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en verdachte de bedreiging ontkent is niet voldaan aan het bewijsminimum.

De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte dit feit heeft begaan.

5 Vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [aangever] vordert een schadevergoeding van € 400,00 voor het ten laste gelegde feit. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De verdachte wordt namelijk vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.

6 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde feit;

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij [aangever] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.M. Schotanus, voorzitter, mr. D.H. Hamburger en mr. B. Akdikan, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 12 november 2025.

De jongste rechter en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.